Blog

Warm

Balkenende, je weet wel, liet gisteren bij monde van het NOS-journaal weten dat hij er prijs op stelt als wij onze stoepen sneeuwvrij houden. Net als vroeger, toen misschien niet alles beter was, maar dit toch in elk geval wel. Ik heb een tijdje voor het raam staan peinzen en besloot toen dat hij wel een punt had. Die tocht op het Henschotermeer had helemaal niet gehoeven, het had gewoon bij ons op de stoep gekund. Op dus naar de Blokkers van deze wereld waar ik, ik moet het bekennen, alleen kom als het echt niet anders kan. En nu kon het niet anders. Maar sneeuwschuivers ho maar. Er stond hier en daar nog een houten geval dat er in ruststand al gammel en brak uitzag. Ook in het achterland over de brug geen ‘sneiskoever’ te vinden. Gelukkig moest ik naar de metropool Z., voor bezigheden buitenshuis. Daar waren evenmin sneeuwschuivers voorhanden, maar wel een sneeuwschep en dat moest dan maar. ‘Dat is handig’, vond de kleine big, ‘voor als we ingesneeuwd raken in de auto.’ Opdat wij onze weg uit kunnen graven naar de dichtstbijzijnde voorraadkast bedoelt zij, want pubers denken nu eenmaal de hele dag aan eten. En sommige veertigers ook.
Nu is het wachten op weer een verse laag sneeuw om het nieuw aangeschafte werktuig uit te testen. Vermoedelijk gaat het nu nooit meer sneeuwen, zoals het ook altijd prompt stopt met regenen zodra ik een paraplu meeneem. Het zou me anderzijds ook weer niet verbazen als de sneeuwduinen metershoog tegen de gevel opwaaien en wij een week of drie van de buitenwereld afgesloten raken. Afgesloten, maar met een gesneeuwschepte stoep, dat wel. We zullen niet van de honger omkomen, als het om voorraden gaat zitten wij er warmpjes bij. Een week of drie overleven we wel. Hoewel ik vermoed dat poes Loes na een korte stond wel al de balen krijgt van vegetarische hapjes bij gebrek aan tonijn en garnaaltjes in oosterse saus met een takje peterselie. Die peterselie lukt trouwens ook nog wel, die groeit hier gewoon op de ruiten. Een beetje vasten zal poes goed doen, dan vast ze misschien ook alle rottigheid eruit die er nu nog in overvloed inzit. ‘Poes is nog maar een baby’, vergoelijkt de kleine big alle fratsen. En alle begrip hoor, mijnerzijds, ik doe net of ik ze niet zie, de kaalgevreten en opengekrabde stoelen. Maar mocht poes toevallig iets te veel vasten of helaas kwijtraken in een sneeuwduin, dan nemen wij de volgende keer een poes die een carrière ambieert als theemuts in de vensterbank. Of als pluizige kruik op schoot, in barre tijden. Lekker warm!

LydiaWarm