Blog

Merel

Er woont een merel op ons dak. Een hele vroege vogel, in meer opzichten. Want al in januari begon hij enthousiast met zingen, toen de hele straat nog diep in een winterdepressie verkeerde. Nu de winter geweken is, begint hij ver voor het krieken van de dag al te fluiten. Ik word er steevast wakker van. Maar omdat hij mijn naam fluit (‘Lydia, Lydia’), vergeef ik ‘m dat. Wie wil er niet wakker worden bij een aubade? Er zijn andere vogeltjes in de buurt die ook aandoenlijk hun best doen aan het vogelfluitfront, maar die zitten duidelijk in een andere zangdivisie: de Jostiband voor vogels.
Mijn vroege vogel is ook een late vogel. Tot na zonsondergang hoor ik hem tetteren op het dak. Hij is dus feitelijk een altijd vogel. Wanneer slaapt zo’n beest? Misschien hebben ze bij de vogels wel een nieuw fluitconcept ontwikkeld dat voorziet in een 24/7 geluidsaanbod. Het Nieuwe Werken, maar dan voor vogels. Je kunt het er maar druk mee hebben als dakfluiter. Wat mij vooral bevalt, is niet alleen het aanhoudende gekwetter zelf, maar de enorme opgewektheid waarmee onze merel zijn taak volbrengt. Ik neem aan dat hij wormen zoekt, een nest bouwt en achter de meisjes aangaat, allemaal binnen mijn gehoorsafstand. Maar wat hij ook doet: hij fluit erbij. Hij is altijd vrolijk en goedgeluimd.
Enige uitdagerij is onze merel niet vreemd. Hij gaat echt niet aan de kant als ik toevallig de deur uit kom. En voor poes, achter het glas aan de binnenkant, is hij helemaal niet bang. Wuivend met zijn vleugels (‘Joehoe, ik ben hier!’) vliegt hij als wervelende eenvogelformatie van dak naar boom naar vijvertje naar vensterbank. Poes blijkt toch iets van instinct te hebben. Ze maakt vogelgeluiden en kijkt gebiologeerd naar de zwarte vogel die rond hipt door de bloembak aan de buitenkant van het raam. Het is een beetje too much allemaal, want het gaat maar door met die vogel, en ze wendt zuchtend het steven. Duurt even hoor; poes heeft, ondanks zware investeringen in dieetbrokjes mijnerzijds, nog steeds de draaicirkel van een vrachtwagen.
Eigenlijk weet ik niet zoveel van merels. Misschien is enige theoretische verdieping wel nuttig voor het onderbouwen van mijn waarneming. Gelukkig hebben we Wikipedia. Daar lees ik wat ik al wist. Dat merels zangvogels zijn die van de vroege ochtend tot de late avond zingen, liefst zittend op een hoog punt. Maar ik lees ook dingen die ik nog niet wist. Bijvoorbeeld dat de druivensoort merlot, waar de wijn Merlot van gemaakt wordt, is genoemd naar de merel. Ik kan me daar best iets bij voorstellen. Want wie genoeg Merlot drinkt, hoort vanzelf 24/7 merels in z’n hoofd. En heel veel andere vogels ook, trouwens.

Lees meer
LydiaMerel

Aardappeleters

Ken je ‘De aardappeleters’, dat schilderij van Vincent van Gogh? Volgens overlevering staat de huiskamer van de familie De Groot erop afgebeeld, aan de Gerwenseweg 4 te Nuenen. Het werk uit 1885 hangt in het Van Gogh Museum in Amsterdam, een variant kun je vinden in Kröller Müller. Het is een schilderij dat je niet glad vergeet. Het is van een donkere triestigheid. Bourgondische gezelligheid is ver te zoeken en de aardappel was destijds bepaald geen juweel van culinaire verwennerij. Het was de maaltijd, punt. Harde werkers waren de De Groots, je ziet het zo. Erg fijnbesnaard van uiterlijk waren ze niet. Ze hadden knokige vingers aan te grote handen, grove gezichten met dikke neuzen, lage voorhoofden met zware wenkbrauwen – Lombroso, grondlegger van de Crimonologie, had ze graag als studiemateriaal willen hebben. Van geluk kun je niet spreken als je dat schilderij zo bekijkt, maar ze hadden te eten. Dat was vermoedelijk al heel wat.
Ineens bevond ik mij in een tableau vivant dat mij ergens ver weg deed denken aan die aardappeleters. Puberdochter moest ergens opgevist worden in het donker. Ik belandde op een boerderij in het achterland. Aardappels verbouwen ze er. Of ik een kopje thee wilde. Dat wilde ik wel. Gastvrijheid die betoond wordt aan volk dat laat op de avond nog op pad moet, weet ik op waarde te schatten.
Aan een lange tafel zat de familie zwijgzaam bij elkaar. Ze aanschouwden mij in doodse stilte. Het kan zijn dat ze elkaar de oren van het hoofd kletsen als er geen vreemdelingen bij zijn, maar dat denk ik niet. Spraakwater was er duidelijk op de bon. Ik trachtte de conversatie op gang te brengen zoals mij geleerd is in dergelijke omstandigheden, maar meer dan staccato antwoorden kreeg ik niet. Het zweet brak mij uit. En toen moest ik dus ineens denken aan die aardappeleters, waarom weet ik ook niet, want de beste mensen leken er in hun verschijningsvorm in de verste verte niet op. Gelukkig maar. Het brein maakt soms rare associaties.
Het was een lange, lange zit met zo’n vaas vol kokend heet water dat maar niet af wilde koelen. Uiteindelijk heb ik alsnog mijn slokdarm verbrand want enige druk om het niet te lang te maken voelde ik wel. Tijdens de nabespreking gedurende de tocht naar huis voelde puberdochter al nattigheid. ‘Je gaat hier geen blog over schrijven, mam, dat kun je echt niet maken.’ Maar mam denkt van wel. Volledig geanonimiseerd moet zoiets toch kunnen. Bovendien: wie niet praat zal ook wel niet lezen. En anders hoor ik het wel.

Lees meer
LydiaAardappeleters

Het Nieuwe Vergaderen

Het Nieuwe Werken neemt hand over hand toe. Het arbeidzame leven van vele Nederlanders wordt inmiddels gekenmerkt door flexwerken. We zijn 24/7 bereikbaar, werken wanneer het ons uitkomt en op de plek die ons het beste schikt. We stappen steeds vaker uit vaste structuren. We laten de bureaus, met foto’s van ons gezin erop, los en nemen vaker de laptop op schoot. Alles wat voorheen in een bureaula lag, slepen we nu in een koffer met ons mee. Het is zoals ondernemers werken: alles en altijd voor de klant, maar dan wel met veel ruimte en in grote vrijheid én heel effectief. Voor loonslaven is het redelijk nieuw. Althans, in mijn omgeving. Grote bedrijven doen het al lang zo en sommigen komen er zelfs alweer van terug.
Hoe fijn en hip Het Nieuwe Werken ook is, er blijven kantjes aan zitten die lastig te ‘verhippen’ zijn. Soms moet je overleggen met mensen. Met behulp van digitale middelen als Skype kan dat best op afstand, maar vaker dan mij lief is zit ik nog met mensen in een ruimte om een bruine tafel. Midden op die tafel ligt een probleem of vraagstuk en eromheen zit iedereen die daar iets van moet vinden. Het zijn sessies die vaak in schril contrast staan met het werkzame leven buiten de vergaderzaal, het leven vol ruimte en vrijheid. Want het leven in zo’n vergaderzaal is een benauwd en vaak statisch gebeuren. Hoog tijd dus voor Het Nieuwe Vergaderen.
Ik bezocht een workshop hierover, gegeven door een stuk of acht ambtenaren van verschillende organisaties die een concept uit hadden gedacht om het vergaderen beter te laten aansluiten bij Het Nieuwe Werken. Hun ideeën hadden ze uitgewerkt op grote flipovervellen, met gele en roze post-it’s, lekker analoog. Zij hadden zich gebogen over vragen als: waarom vergader je, welke vorm past daarbij, op welke locatie kan dat, wat wil je bereiken en welke middelen heb je daarvoor nodig?
Nadenkend over deze vragen kom je uit op antwoorden die verfrissend zijn. Zoals: vergaderen op een locatie die past bij het onderwerp. Een peuterspeelzaal, een Starbucks, een park, een plein in de stad. Wandelend of fietsend vergaderen op een vergaderfiets, met muziek of juist niet. En onderschat ook de inspirerende werking niet van pure chocola!
Met al deze bouwstenen zie ik Het Nieuwe Vergaderen helemaal zitten. Het biedt eigenlijk alleen maar voordelen. Behalve dan misschien voor de fabrikanten van bruine tafels.

Lees meer
LydiaHet Nieuwe Vergaderen

Muziekjuf

Ineens was ik terug in mijn jonge jaren. Ik zal een jaar of zes geweest zijn toen ‘ze’ me voor het eerst afleverden bij muziekles. Ergens in het bos nabij onze Veluwse woonst rees een ontzagwekkend bouwsel omhoog tussen de bomen. Een Zweinsteinachtig bouwwerk dat vooral in het maanlicht onheilspellend gromde. Aan de zijkant liep een overwoekerd paadje naar het huis van Hans en Grietje. Aan de overkant van de plas zou je het een ‘cottage’ noemen. Naast Zweinstein viel het in het niet. Scheefgezakt door de begroeiing die zwaar op het dak drukte, in een tijd dat we van sedumdaken nog nooit gehoord hadden. Spinnenwebben in de raamkozijnen.
Langs het paadje stond een arsenaal bezems opgesteld. Het wagenpark, begreep ik later. Want in het kleine huisje woonden Hans en Grietje niet. De deur werd opengedaan door de zus van juf Bulstronk, olympisch kampioen kogelstoten-met-kinderen. Net zo’n type, maar dan de graatmagere versie. Een knot op d’r hoofd. Een dikke laag oudroze lippenstift op spierdunne lippen in een oud maar strak want niet door lachrimpels aangetast gezicht. En ik ging als Mathilda naar binnen met de boekjes Harmonium deel 1 en Eenvoudige muziekleer onder mijn arm in een plastic tasje.
Van mevrouw Jacobs, zo heette de heks, kreeg ik nachtmerries. Ze deinsde er niet voor terug met een lineaal de maat te slaan en daarbij semi-per ongeluk mijn vingers te raken. Klets! Het lot was mij gunstig gezind, want het orgel ging vlot stuk. In het kielzog van de piano die vervolgens kwam, doemde ook nieuw onderwijzend personeel op. Wat er van juf Jacobs geworden is, weet ik niet. Ze zit vast nog ergens onder de rook van Zweinstein op een zolder achter een spinnenwiel.
Ik denk gelukkig nooit meer aan die vrouw. Tot ik deze week bij pianoles zat. Om de muzikale vaardigheden een béétje bij te houden heb ik een knipkaart gekocht voor les bij Muzemarie. Als ik zin heb, maak ik een afspraak met haar, oefen een stuk, speel het enigszins beschroomd voor, krijg commentaar, oefen verder en krijg meer commentaar. Fouten maken, gecorrigeerd worden en vooral flink oefenen, dat is waar het in de basis op neerkomt bij pianoles. ‘Ik loop even naar de gang om dit stuk te kopiëren’, zei ze, en liet mij helemaal alleen achter bij de vleugel. Ik speelde onderwijl een deuntje, foutje hier, foutje daar. ‘Ik hoor alles!’, hoorde ik dreigend vanaf de gang. Mevrouw Jacobs?
Bij het weggaan struikelde ik over een bezem.

Lees meer
LydiaMuziekjuf

Vrouwen

Misschien is het ongemerkt aan je voorbij gegaan, maar op 8 maart was het Internationale Vrouwendag. Het is een dag die in het teken staat van strijdbaarheid en solidariteit van en met vrouwen overal ter wereld. De vrouwenorganisaties die zich in ons land bezighouden met de organisatie van Internationale Vrouwendag, willen aandacht vragen voor thema’s zoals economische zelfstandigheid, empowerment, seksueel geweld, zorg en arbeid, discriminatie en racisme.
Internationale Vrouwendag bestaat inmiddels een dikke honderd jaar. En nog steeds is de tijd niet rijp om het instituut af te schaffen. Want vrouwen zijn meestal niet economisch zelfstandig (nee, ook niet in Nederland, de parttimebanenwinkel van de wereld), vrouwen krijgen minder betaald voor hetzelfde werk dan mannen, ze hebben te kampen met seksueel geweld, ze draaien op voor (mantel)zorg, ze hebben te maken met discriminatie, ze mogen zich in grote delen van de wereld niet ontplooien zoals ze willen, er zijn oorden waar ze niet mogen meepraten, niet naar school kunnen als ze ongesteld zijn – of überhaupt niet naar school mogen, als tiener worden uitgehuwelijkt aan oude viezeriken. Wie zegt dat het allemaal wel meevalt, mag z’n mond gaan spoelen. Doe maar meteen met zoutzuur. Dat krijgen vrouwen namelijk in hun gezicht geworpen in streken waar zwakzinnige en gevaarlijke gekken aan de macht zijn die denken dat ze God een plezier doen met hun waanzinnige fanatisme.
Wat deed mijn favoriete ochtendblad Trouw? Ter gelegenheid van Internationale Vrouwendag verscheen een mannenbijlage. Zo ludiek, zo leuk. Zo ontzettend misplaatst. Vrouwen die in de media hun zegje doen, moet je met een lampje zoeken. Als er iemand zit te zwatelen in een talkshow is het negen van de tien keer een man. Allemaal prima hoor, ik ben geen feminist en ik ben niet tegen mannen; integendeel. Maar die Internationale Vrouwendag, die heeft een functie. En het zou helemaal geen kwaad kunnen als de geest van Internationale Vrouwendag ook op de andere dagen van het jaar en ook in Nederland een beetje vaker over ons kwam.
De Zweedse minister Margot Wallström heeft ruzie gemaakt met Saoedi-Arabië. Je weet wel, waar vrouwen geen auto mogen rijden en ook anderszins in een benarde positie verkeren en waar ze kritische bloggers (m/v) in de cel flikkeren. Wallström levert aanhoudend kritiek op het mensenrechtenbeleid van de Saoedi’s; dat kost Zweden geld omdat deals niet doorgaan en het levert het land een reprimande op van de Arabische Liga. Pardon? Reprimande? Ik zat zelf meer te denken aan bijval van de rest van de (westerse) wereld. Dus bij dezen, Margot, zet ‘m op! Nu maar hopen dat deze blogger naar aanleiding van dit kritische blog geen ruzie krijgt met de Arabische Liga.

Lees meer
LydiaVrouwen

Waanzin

Al ver voordat ik zelf kon lezen had ik een uitgebreide bibliotheek met prentenboeken en voorleesboeken. Het lezen werd bij ons thuis van harte gestimuleerd. Ik weet niet beter of ik bezat boeken en elke dag werd daaruit voorgelezen. Ik was niet zo’n knutselaar en van de zandbak moest ik helemaal niks hebben. Ik was gefascineerd door boeken. Achterop de fiets ging ik mee naar de bibliotheek en mocht ik steeds een verse voorraad boekjes uitzoeken. Ongeveer toen ik zelf kon lezen, kon ik ook zelf fietsen en verloren boeken tijdelijk iets van hun aantrekkingskracht. Bij nieuwe boeken hoorde ineens hard trappen met kleine beentjes op een grote fiets. Dat duurde maar even hoor, de literaire wereld trok te hard.
Ik kan me niet voorstellen dat ‘ze’ ooit last van me hebben gehad op vrije dagen en in vakanties. Ik zat met een boekje in een hoekje. Als boeken te spannend waren om weg te leggen, legde ik ze niet weg maar las ze uit, tot diep in de nacht. Stiekem, schijnend met een zaklantaarn onder de dekens. En de volgende dag zo gauw mogelijk weer naar de bibliotheek. ‘Je verleest nog eens je verstand’, waarschuwde mijn moeder.
Misschien heeft ze gelijk gehad. Maar ik verkeer in goed gezelschap. De meeste mensen die van schrijven hun werk hebben gemaakt, die houden van woorden en van taal, zullen opgegroeid zijn met boeken. Ze lazen onder de dekens hun spannende boeken uit bij het licht van een zaklantaarn. En aan het ontbijt, waar ze met kleine oogjes zaten, waarschuwden al hun moeders: ‘Je verleest nog eens je verstand.’
‘Waanzin’ is het thema van de Boekenweek die deze week plaatsvindt. Het is een thema waarbij ik me wel thuis voel. In een wereld waarin slechts een paar procent van de mensen echt bewezen ‘normaal’ is, heeft de rest ergens een steekje los. Heel geruststellend, dat iedereen wel iets heeft wat te gek is voor woorden. En die paar procent die normaal is? Die mensen hebben nooit hun spannende boek uitgelezen bij het licht van een zaklantaarn, stiekem onder de dekens.

Lees meer
LydiaWaanzin

Varkentjes wassen

We zijn nu een paar maanden officieel bezig met IncZwolle, de eerste Zwolse incubator. Binnen onze ‘kraamkamer voor wilde ideeën’ helpen we startende ondernemers hun goede idee om te vormen tot een bloeiend bedrijf. Nu de nieuwigheid er wat af is, beginnen mensen voorzichtig te informeren hoe het gaat. Ze vragen zich af of Google 2.0 of een andere internet startup met enorme internationale potentie zich al bij ons gemeld heeft. En of we de zilvervloot al aan de horizon zien verschijnen waardoor wij rustig binnenlopen en de rest van ons leven kalmpjes ondernemend kunnen doorbrengen met kijken hoe het geld tegen de plinten op klotst.
Wij zien veel aan de horizon. Mooie vergezichten, want IncZwolle is een prachtig en noodzakelijk initiatief waarmee we investeren in de toekomst van de regio. Maar de nadruk ligt vooralsnog op ‘investeren’. Door tijd, geld en energie te stoppen in iets waar we in geloven. Want een idee wordt niet vanzelf een succesvol bedrijf. Dat vertellen we aan de ondernemers in onze Pressure Cooker en we beleven dat ook zelf.
Natuurlijk zitten we regelmatig in de boardroom te filosoferen over onze stippen op de horizon, maar meestal zijn we bezig met de dingen waar startende bedrijven mee bezig zijn: we knopen contacten aan, we praten de blaren op onze tong in gesprekken met mensen die ons en onze plannen verder kunnen helpen, we geven geld uit, we zorgen dat de wifi werkt, we verdelen het corvee. Zo wassen wij varkentjes in vele vormen, soorten en maten. Niet elk varkentje is een blozend biggetje met een stopcontactneus en een krulstaartje, sommige varkentjes zijn heuse wilde zwijnen, moorddadige wezens met vervaarlijke slagtanden die ons wel rauw lusten.
Maar hoe groter de uitdaging, hoe leuker het is en hoe meer we ervan leren. Bijvoorbeeld dat ondernemen vooral gaat over varkentjes wassen. Daar zijn wij ondertussen heel bedreven in. Wil jij daar ook bedreven in worden? Kijk dan eens op www.inczwolle.nl en meld je aan voor ons volgende Pressure Cooker-traject. Daar leren we je varkentjes wassen. En nog veel, heel veel meer.

Lees meer
LydiaVarkentjes wassen

Handwerk

Schrijven is een ambacht. Het is handwerk. Je oefent een vaardigheid uit en als je daarmee klaar bent, kun je een product in je handen houden. Als ik een training geef, benadruk ik altijd het ambachtelijke van het schrijversvak. Het is handig als je talent hebt, maar de rest is techniek en veel oefenen. En het geruststellende is: dat kun je leren. Bij mij als je wilt. Net zoals je kunt leren taarten bakken, klompen maken en manden vlechten – alleen dan niet bij mij. Inmiddels weet ik wel dat niet iedereen een goede schrijver kan worden. Maar je kunt wel een betere schrijver worden dan je nu bent.
Het leuke van het ambachtelijke schrijven is het eindresultaat, het product. De tekst die een blad is geworden, een e-zine, een folder, een website, een liedje. De voldoening die ik ervaar als letters tot leven komen maakt de noeste arbeid goed. En ik weet: het heeft zin wat ik doe. Aan het eind ben ik blij, zijn mijn klanten blij en heb ik een bijdrage aan de wereld geleverd die je in veel gevallen aan kunt raken.
Sinds een paar dagen bezit ik een paar ambachtelijk gemaakte laarsjes. Marike, de maker ervan, ken ik uit het vergadercircuit. Marike deed het goed als manager, maar ze had er genoeg van om aan vergadertafels te zitten praten. Ze wilde iets maken, iets wat ze in haar handen kon houden. Ze ging een opleiding doen en leerde schoenen ontwerpen.
Een paar van haar schoenen heb ik nu aan mijn voeten. Ze zijn met de hand gemaakt en passen precies. Dat is ook geen wonder, want Marike heeft de omtrek van mijn voet op papier gezet. Inclusief de knobbels bij de grote teen, die alle vrouwen hebben die jarenlang hoge hakken dragen, weet ik nu. Die tekening heeft ze vertaald in de werkelijkheid en het gevolg is dat mijn laarsjes precies passen en geweldig zitten. Maar dat niet alleen, want boven alles zijn mijn laarsjes mooi. En uniek, want ik heb zelf het bruine leer uitgezocht en de oranje voering. Zoals mijn laarsjes zijn, zo is er geen tweede paar.
Ik ben blij dat Marike niet meer vergadert, maar een ambacht uitoefent. Ga eens kijken op haar website, www.volpeshoes.nl. Misschien word jij dan ook blij!

Lees meer
LydiaHandwerk

Surprise!

Ik ben op een leeftijd gekomen dat vriendinnen vijftig worden. Die zijn dan wel een heel stuk ouder dan ik, maar toch: het geeft een richting aan. Bergafwaarts in rap tempo. Voor het verval totaal intreedt, verkeert een mens lange tijd in de weinig verheffende staat van 50-plusser. Het toetreden tot dat schemergebied, met het bereiken van de 50e verjaardag, wordt vaak uitgebreid gevierd. Met borden in de tuin (Katrien 50, drie keer toeteren) en een feest. Zo’n partijtje is nog wel leuk, maar wat daarna komt is een twijfelachtig genoegen. Ik denk dat menigeen zich afvraagt of live fast and die young geen betere optie was geweest.
Zwemvriendin H. werd vijftig. Dat mocht groots gevierd worden en de hele zwemclub was uitgenodigd. Plus familie, buren, collega’s, kennissen uit heden en verleden. Het was niet zomaar een feest; nee, het was een surpriseparty. We kregen er ver van tevoren mails over met uitgebreide instructies en het was de bedoeling dat wij niets verraden zouden aan het feestvarken. Dat deden wij ook niet. Op een zondag togen wij naar een eterij in een naburig dorp waar de happening plaatsvond. In een zaal met koffie, gebak en veel mensen wachtten wij op de aankomst van de verse vijftigjarige, die onder valse voorwendsels haar huis uit was gelokt.
‘Surprise!’, riepen wij, toen ze binnenkwam met man en kinderen. Ze begon heel hard te huilen. Overmand door emoties, dacht iedereen. Maar ik zou ook heel hard gaan huilen als ik tegen mijn zin met leugens uit huis was gesleept, in mijn ouwe kloffie en met ontploft kapsel, om ergens overvallen te worden door werkelijk mijn héle sociale leven. Terwijl ik me verheugd had op een rustige zondag-in-pyjama op de bank met kind, kat en boek.
Toen ik thuiskwam sprak ik alvast een hartig woordje met het kind. Moraal van het verhaal: organiseer géén surpriseparty’s voor deze mama. Niet op mijn 50e en helemaal nooit niet. Want ik houd niet van verrassingen. ‘Maar ik houd wél van verrassingen’, pruilde zij. ‘Dan organiseer je maar zo’n party voor jezelf’, zei ik. ‘Dan is het toch geen verrassing meer!’, riep ze, waarna ze mij als vrijwilliger aanwees voor het organiseren van háár party. Restricties had ze daar trouwens wel bij: ‘Je moet dan wel zorgen dat ik iets leuks aan heb en dat mijn haar goed zit.’ Ja, zo kan ik het ook. Zo willen we allemaal wel een surpriseparty!

Lees meer
LydiaSurprise!

Echte winter

Weermannen, columnisten in de krant en mensen die samen met mij wachten voor de toonbank van de groenteboer mopperen erover tegen wie het maar horen of lezen wil: het is geen echte winter. Gelukkig is er geen functionaris die hiervoor verantwoordelijk is, zoals een chef Sneeuwafdeling of manager Gladde-wegenbeleid (hoewel ik ze ervoor aanzie bij Rijkswaterstaat dat ze ergens wel zo’n mannetje hebben zitten) en dus niemand die we hiervoor in een parlementaire enquête ter verantwoording kunnen roepen. Maar de vraag dringt zich zo langzamerhand wel aan mij op wat nu een ‘echte winter’ is.
Vooropgesteld: ik heb een hekel aan de winter. Na de Kerst ben ik er wel klaar mee. En dan komen er nog twee ellendige donkere maanden waarin de vergiet waarin ik woon niet warm te stoken is, vooral niet als de wind uit het oosten komt. Bibberend zitten we op de bank onder een dekentje terwijl het om ons heen rijkelijk tocht. Het glas is dubbel, de vloer geïsoleerd evenals het enige spouwmuurtje van het huis – waarachter de kast zit waarin ik mijn werkkamer heb ondergebracht. Toch blijft het onbehaaglijk zodra het kwik daalt. De enige die daar geen last van heeft is Poes, ons harige dikkerdje, maar zij is zelf driedubbel geïsoleerd. Zij kruipt louter voor de gezelligheid onder een dekentje, of anders pontificaal voor de haard. Onze firewall op vier pootjes, waar geen sprankje warmte langskomt.
Terug naar de vraag: wat is een echte winter? Kou? Sneeuw? Vorst? IJzel? Check, check, check en check. Ik weet niet wat andere mensen onder ‘echt’ verstaan, maar voor mij is het echt. Het is een onbehaaglijke weerstoestand die de naam ‘winter’ meer dan verdient. ’s Ochtends sta ik mijn ruiten te krabben. Het duurt twintig kilometer voor de ijzigste kou verdreven is uit de auto en mijn vingers niet langer vastvriezen aan het stuur. Het huis is niet warm te krijgen. Om de haverklap valt er een lading sneeuw en code oranje vanwege de ijzel is schering en inslag. Maar wat meer is: de fruitvliegen zijn eindelijk dood. Hoe echt wil je het hebben?
Ik word door slechts één ding op de been gehouden: de gedachte aan lente. Mooie gedachten, over zon, lengende dagen, warmte op mijn kruin, zingende vogeltjes. Over drie weken is het zover, dan breekt de meteorologische lente aan. Een echte lente, daar ga ik voor. Kan ik ergens tekenen?

Lees meer
LydiaEchte winter