Blog

Rijbewijs

Dansend kwam ze de kamer binnen. Zeven straten ver konden ze haar overwinningskreet horen – als je goed luistert hoor je ‘m nog steeds na-echoën tussen de huizen. Het mag ook. Als je op de leeftijd van 17 ¾ in een keer je rijbewijs haalt, dan mag je dat van vreugde van de daken schreeuwen. Wat een stoer kind en wat een trotse moeder!
De felicitaties liepen binnen. In de mail, via Twitter, met slakkenpost. ‘Nu ben je je auto kwijt’, hoorde ik meteen van alle kanten. Huh? Auto kwijt? Daar had ik nog niet aan gedacht en eerlijk gezegd is dat ook helemaal niet de bedoeling. Het is míjn auto en die heb ik ook voor míj. Ik moet me nog even verhouden tot het idee dat de achterbank ineens het stuur overneemt.
Als je nog geen 18 bent en je haalt je rijbewijs, dan mag je alleen aan het verkeer deelnemen als er iemand naast je zit; een ervaren chauffeur die niet veroordeeld is vanwege verkeersovertredingen. Die iemand ben ik. We vragen officieel permissie bij de Rijksdienst voor het Wegverkeer. Ik sta niet als alcoholdelinquent te boek en krijg een papiertje thuis waarmee puberdochter mij mag registreren als meerijdend coach.
Daar gaan we dan. Op naar de supermarkt, met haar aan het stuur. Het kind dat gisteren nog zoet in een wiegje lag. Een vervreemdende ervaring. Voor mij dan. Zij heeft geen weet meer van een wiegje. Het is wel de bedoeling dat ze kilometers maakt, dus we rijden een half uurtje om. Ik moet duidelijk nog groeien in de coachende rol. ‘Haal je hand voor m’n ogen weg, mam’, coacht zij mij, als ik haar, net als Hyacinth, maan om uit te kijken voor het paard. Dat in de wei staat. Ik probeer rustig adem te halen terwijl we rakelings langs de vangrail scheren. Ik vraag me af welke tools tot mijn beschikking staan, op de bijrijdersstoel, om in te grijpen als het mis gaat. Ik zie vooralsnog geen dubbele bediening opdoemen uit de vloer, dus ik neem aan dat een ruk aan het stuur de enige mogelijkheid is om te voorkomen dat we van een talud afstorten. Het voelt als de achtbaan op de kermis. Je zit in een karretje en je bent de controle kwijt. Je kunt niet anders dan het gelaten ondergaan.
Ondertussen heeft zij gelukkig wel alle vertrouwen in mij als coach: ‘Je doet het prima, mam, doe je ogen nu maar weer open.’ Ik maak nog net mee hoe ze overdwars in een vak parkeert en ik weet: voorlopig doen wij boodschappen in de stille uurtjes. Zelf denkt ze dat ze kort na haar 18e verjaardag wel met een auto vol vriendinnen naar Rotterdam kan toeren. Ik denk het niet. O, zij zal daar best toe in staat zijn hoor; rijbewijzen delen ze niet gratis uit. De vraag is alleen of ik het wel kan. En ik zie een gat in de coachingsmarkt: ouders toerusten met de noodzakelijke vaardigheden om kalmpjes op de stoep staand het kind uit te zwaaien dat met een pas verworven rijbewijs naar Rotterdam wil rijden met een auto vol vriendinnen. Kan ik me ergens aanmelden?

Lees meer
LydiaRijbewijs

Kophouden

In mijn klantennetwerk schrijft iemand een boek. Ik ben ingevlogen voor de schrijfcoaching. Samen bespreken we veelvoorkomende stijlfouten in teksten, hoe je tekst beeldend maakt en praten we vooral veel over interviewen. Want haar boek komt vol met interviews, over wat mensen drijft in hun werk. En interviewen, ja, dat is mijn middle name. In zo’n een-op-een setting is er veel ruimte voor uitwisseling van ideeën en daar leer ik zelf ook altijd weer van. Al was het alleen maar omdat ik even gedwongen word om na te denken over hoe ik een interview aanpak en waarom ik dat dan zo doe.
Om degene die je interviewt de ruimte te geven, stel je open vragen. Die dus niet gesloten of sturend zijn en niet voor meervoudige interpretatie vatbaar. Vragen die beginnen met wie, wat, waar, waarom, wanneer en hoe, bijvoorbeeld. En dat is mooie theorie, voor het geval je je vragen vanaf een lijstje voorleest aan de geïnterviewde. Maar in de praktijk doe je dat niet – of niet alleen. In de praktijk probeer je een gesprek te hebben met iemand. En hoe geanimeerder dat gesprek is, des te meer je kunt doorvragen. Zodat je in de diepte terechtkomt en bij de zaken die er werkelijk toe doen. Die ‘doorvragen’ staan meestal niet op mijn lijstje. Gewoon, omdat ik van tevoren niet weet wat ik tegenkom en omdat het juist zo leuk is om het gesprek z’n loop te laten hebben.
De laatste jaren neem ik de interviews die ik houd meestal op. Dat helpt bij het uitwerken. En het helpt ook om zelf beter te worden. Want ik hoor niet alleen de geïnterviewde terug, maar ook mezelf. Ik hoor mezelf aanhoudend irritant met mijn pen klikken. En ondanks de theorie van de open vragen hoor ik mezelf vaker dan me lief is gerust gesloten, sturende en voor meervoudige interpretatie vatbare vragen stellen. Het ‘zwijgend doorvragen’, wat je in een coachingstraject leuk kunt oefenen met elkaar, en wat heus z’n waarde heeft daarvan ben ik overtuigd – ik doe het niet. Ik maak eerder zelf de zin van mijn gesprekspartner af dan dat ik zwijgend doorvraag.
Gelukkig, mijn coachee moet erom lachen en herkent het ook. Aan het hele lijstje do’s en dont’s van de interviewtechniek moet ik, ter lering van mezelf en mijn pupillen, maar een puntje toevoegen. Ongeveer in de buurt van de actieve luisterhouding en de non-verbale stimulatie. En dat puntje luidt: houd zelf je kop!

Lees meer
LydiaKophouden

Knarsetanden

Met computers kan ik helemaal niks. Dat wil zeggen: ik kan de programma’s gebruiken waar ik dagelijks mee werk. Om teksten of presentaties te maken of mijn administratie in bij te houden en digitale facturen vanuit te sturen. Een kind kan de was doen. Zodra het ingewikkeld wordt, heb ik mannetjes nodig. Die meestal een jaar of tien jonger zijn dan ik. Tussen mij en hen gaapt een generatiekloof. Zij zijn opgegroeid met computers, ik niet. Zij zijn er niet bang voor, ik wel. Meldingen op een computerscherm of alles wat afwijkt van het gebruikelijke, doen mij in de gordijnen vliegen. Want computers moeten het gewoon doen. En doen ze het niet, dan ben ik verloren. Eigenlijk ben ik een vermomde digibeet.
Van de week deed mijn iPhone het niet. Ja, ik kon ermee bellen. Je zou denken dat het ding daarvoor bedoeld is. Het is tenslotte een ‘phone’. Maar iedereen weet dat bellen een ondergeschikte functie is van dat apparaat. Ik heb ‘m om te app’en, onderweg te mailen, de weg te vinden, het weer te checken, nieuws te lezen, te twitteren, foto’s te maken, licht te geven als ik geen zaklamp heb en nou ja, al die andere dingen die jullie er ook mee doen. En dat deed ‘ie ook allemaal wel, maar mailtjes kon ik alleen nog krijgen, niet versturen. Zomaar, van het ene op het andere moment, middenin een conversatie. Ontzettend irritant!
Je begrijpt: ik belde een mannetje. Een nerd. Betrouwbaar, flexibel, dienstverlenend en reuze handig met computers. Nou ja, en een iPhone, dat is ook een computer. Hij kon gelukkig meteen komen. Maar wat hij ook probeerde: de iPhone bleef geen mail verzenden. Hij kon het niet oplossen, zei hij na een uur, gaf het apparaat aan mij terug en overhandigde mij in een moeite door de rekening voor een uur consultancy.
‘Wááát!?’, bracht puberdochter uit, die mij assertiever had ingeschat en zich erover verbaasde dat ik de discussie met deze dienstverlener niet aanging, ‘hij lost het niet op en je betaalt hem wel?’ Ik legde haar uit dat het veel waard is als dienstverleners altijd onmiddellijk voor je klaar staan en ervoor zorgen dat jij als ondernemer je ding kunt doen zonder je bezig te hoeven houden met computerproblemen en andere ongein. En dat je dan soms je verlies knarsetandend voor lief neemt – zoals ik in dit geval had gedaan. En in een moeite door legde ik haar in een lesje ondernemen uit waarom ik nooit per woord factureer: omdat ik niet wil dat klanten knarsetanden bij mijn dienstverlening. ‘Wat kost je per woord?’, vragen ze wel eens. ‘Niks’, zeg ik dan. Want ik werk niet per woord. Ik lever geen halffabrikaten, maar eindproducten. Klanten kunnen van mij een tekst krijgen en als ze tevreden zijn, stuur ik een factuur.
O, en mijn iPhone, die is weer in orde. Kwestie van een groen balkje verschuiven bij de uitgaande mail in ‘Instellingen’ heb ik zelf ontdekt na veel vijven en zessen. Bel mij dus gerust als je verzendproblemen hebt, ik los het voor je op. Gratis.

Lees meer
LydiaKnarsetanden

Spier

Ik heb maar heel weinig verstand van medische aangelegenheden. Het is voor iedereen beter om dat zo te houden. Ik kan geen bloed zien, word misselijk in ziekenhuizen en iedereen met een witte jas wantrouw ik. Ongevallen en ongemakken? Ik kan 112 bellen, maar verder heb je niets aan mij. Pijn in een teen zou zomaar een hartinfarct kunnen zijn als je het mij vraagt, een slagaderlijke bloeding of wat eigenlijk niet? Vraag het mij dus maar niet.
Het was misschien handig geweest als ik tijdens biologie op de middelbare school wat beter op had gelet, dan had ik nog enige kennis van de menselijke anatomie opgedaan. En had ik de organen in mijn lijf die af en toe piepend en knerpend hun aanwezigheid melden tenminste bij naam kunnen noemen. Dat had de communicatie met de witte jassen sterk versoepeld. Maar helaas, mijn schoolloopbaan eindigde met een 4,5 voor biologie en dat was dat. ‘Had een ander examenvak gekozen’, hoor ik je denken. En dat had ik ook zeker gedaan als dat mogelijk was geweest. Maar ik had alle talen al en Russisch, Spaans, Chinees, Oost-Oezbekistans en andere exotische vakken werden destijds nog niet aangeboden op het ongedeeld vwo.
Tijdens een langdurige overzeese trip met peuterdochter en haar vader deden we Fraser Island aan, het grootste zandeiland ter wereld, voor de kust van Australië. Met woudreuzen die wortelen in zand. De ongelukkige exemplaren onder deze giganten vallen ten prooi aan wurgbomen, die zich vastberaden om de gastheren heen slingeren en ze langzaam opeten. Gruwelijk, de natuur is wreed.
Sinds een paar maanden zit er een spier in mijn nek ongelofelijk te klieren. Het bewegingsapparaat is prima in orde, zegt de witte jas die mij elke week meermaals knijpt. Toch voelt het alsof deze recalcitrante spier vastberaden alles wurgt wat tussen mijn nek en schouder inzit en mij langzaam opeet. Had ik opgelet bij biologie, ik had geweten dat het onzin was. Maar ik heb niet opgelet en voel mij de woudreus die zich laat vellen door een klein klotenboompje. Geen medische kennis, wel fantasie. Mijn stelling is dat je daar uiteindelijk ook een stuk gelukkiger van wordt. En voor de rest neem ik wel een paracetamolletje.

Lees meer
LydiaSpier

Geest

Schrijven is een creatief vak. Om er een beetje wat van te bakken, is inspiratie nodig. Bij stukken die gortdroog en slaapverwekkend zijn, is dat ook meteen wat eraan ontbreekt: inspiratie. En talent, maar ook techniek om de inhoud samenhangend en appetijtelijk te presenteren natuurlijk. Maar van al deze ingrediënten is inspiratie het meest onontbeerlijk. Zonder inspiratie kun je niet schrijven. Geen inspiratie hebben is geen reden om dan maar niet te schrijven, zie mijn blog van enkele weken geleden, want als je het niet hebt, kun je het gemakkelijk regelen. Maar nodig is en blijft het.
Bij veel deelnemers aan mijn blogklasjes is inspiratie vaak wat eraan schort: ze zien het nut en de noodzaak van bloggen wel in, maar ze weten niet waar ze dan steeds over moeten schrijven. Ze hebben gebrek aan inspiratie. Alvorens dat op te lossen, en antwoorden te vinden op de vraag hoe ze eraan kunnen komen als ze het niet hebben, gaan we altijd met elkaar in discussie over wat inspiratie dan eigenlijk ís. Een tijdje terug zei iemand: ‘Als de geest over je komt.’ Daar was de hele klas stil van en de juf ook.
Want zo is het. Inspiratie is als de geest over je komt. Vaak komt die vanzelf en hoef je er niks voor te doen. Dat is een merkwaardig fenomeen. Als ik mensen geïnterviewd heb, zeggen ze vaak: ‘Ik ben benieuwd wat je ervan gaat maken.’ ‘Ik ook’, zeg ik dan. En dan kijken ze me raar aan. Maar zo is het wel, want de echt goede stukken schrijven zichzelf. Die gebeuren buiten mij om. Die ontvouwen zich in mijn hoofd en hoef ik dan alleen nog maar op te schrijven. In tegenstelling tot de stukken waarvan ik elke komma intens beleef en die mijn vakvrouwschap tot op de bodem uitputten, want die zijn er ook. Inspiratie is gratis maar niet altijd gemakkelijk!
Pinksteren heeft goede papieren als het gaat om geest die over je komt. Zie het tweede hoofdstuk van Handelingen. Toch had ik me voorgenomen om vandaag juist eens niet te handelen. De zon staat stralend aan een strakblauwe maar toch knisperend frisse lucht. Scandinavisch weer is het. Fietsen, wandelen met vriendin K., boek lezen (Magdalena van Maarten ’t Hart), ontspannen. Dat stond op mijn planning vandaag. En toen kwam ineens de geest en moest ik een blog schrijven. Het behoeft helemaal niet te verbazen dat je geïnspireerd wordt op een dag als vandaag. Maar het verbaast me toch. Dat is het wonder van de geest.

Lees meer
LydiaGeest

Puntkomma

Taal verandert in de loop van de tijd. Je kunt daarvan vinden wat je wilt, maar er is geen ontkomen aan. Nieuwe generaties ontwikkelen hun eigen mores op taalgebied, onder invloed van veranderingen in onder andere maatschappij en technologie, aangevuld met een authentieke dosis jeugdige dwarsigheid. Je kunt je maar beter niet te veel hechten aan stijl-, spellings- en grammaticaregels want je weet: over een paar decennia is het allemaal anders. Soms is dat fijn. Van al te archaïsch woord- en taalgebruik wordt niemand blij. Wat we in de jaren vijftig een vlotte tekst vonden, voelt nu toch aan als een steentje in je schoen. Het is nog wel begrijpelijk, maar het loopt niet meer lekker.
Het onderscheid tussen hen en hun gaat ongetwijfeld verdwijnen, evenals het verschil tussen de tweede en derde persoon enkelvoud. ‘Ik geef het boek aan hun’, wordt dan normaal, waar we vandaag een boek alleen nog aan hen kunnen geven als we dat tenminste op grammaticaal correcte wijze doen. Ook ‘je wil en je kan’ worden dan officieel goedgekeurd, ten koste van het nu nog correcte ‘je wilt en je kunt’.
Ik houd van taal. Ik houd van spelling, stijl en grammatica en van alles wat we daarover met elkaar afgesproken hebben zodat taal ook een bruikbaar stuk gereedschap is om een boodschap over te brengen. Liefst in zo mooi mogelijk proza. Ik vind het helemaal niet erg dat anderen niet van taal houden, of van regels om taal correct toe te passen. Zo blijft er tenminste werk aan de winkel voor deze taalondernemer. Iémand moet begrijpen wat het nut is van de puntkomma en íemand moet ervoor gaan liggen als er stemmen opgaan om ‘m af te schaffen.
De puntkomma is geen punt, en het is geen komma. Het is een leesteken dat een duidelijk verband aangeeft tussen zinsdelen. Veel sterker dan de punt, maar minder sterk dan de komma. De puntkomma is de hogere wiskunde van de taalwetenschap; interpunctie voor gevorderden. De puntkomma maakt momenteel een opleving door als de knipoog uit de smiley ;- ). Zoals ik al zei: nieuwe taalmores, in dit geval onder invloed van de technologie, en de opkomst van digitale communicatie. En daar is geen ontkomen aan. Of misschien toch? Bij dezen meld ik me alvast aan voor de werkgroep ‘Red de puntkomma’ ;- )

Lees meer
LydiaPuntkomma

Rotterdam

Of wij dit jaar ons jaarlijkse stedentripje niet in eigen land konden doorbrengen, informeerde puberdochter toen ik aan het vliegwinkelen sloeg. En of het ook niet wat vlotter in het jaar kon, want de zomervakantie a. was nog heel ver weg en b. zat al aardig vol met tripjes hier en daar heen. ‘Maastricht?’, opperde ik, dat is tenslotte bijna buitenland. Maar zij dacht meer aan Rotterdam. Ik begon meteen enthousiast over de recente maar nu al iconische bouwwerken die ik graag eens wilde zien, en bezoekjes aan Boijmans en de Kunsthal. Er rinkelde overduidelijk geen bel in haar bovenkamer, maar op de vraag waarom zíj dan naar Rotterdam wilde had ze haar antwoord wel klaar: ‘Koopgoot.’
Dat zij geen heil zag in vliegreisjes had ook vooral hiermee te maken en niet met een plotselinge aanval van duurzaam- of zuinigheid. Het bedrag dat ik normaal gesproken betaal aan onze nationale luchtvaartmaatschappij in ruil voor twee stoelen naar een warm oord zag zij liever omgezet in bikini’s, broeken en sandalen. ‘En dan mag jij het museum uitkiezen, mam’, zei ze ruimhartig. Dat deed ‘t ‘m. Hotel geboekt en hup, naar Rotterdam.
Ze hobbelde zoet mee, de hele stad door. Via de Haai naar het museumpark, naar de Kolos en de Zwaan. Er is veel om je aan te vergapen in de Maasstad. Internationale allure is er per strekkende meter voorhanden. Maar het meest vergaapten wij ons aan de Markthal, een overdekte eetmarkt die zich met gemak kan meten met hallen in wereldsteden met een eettraditie zoals Barcelona of Madrid. Een enorme trekpleister voor foodies, mensen die houden van eten of koken. Mensen zoals wij.
Je kunt er gemakkelijk uren doorbrengen met kijken, ruiken en proeven. Hapje hier, hapje daar. Een mens wordt er hebberig van. Wij gingen naar huis met tassen vol bijzondere olijven, brood en chocola. Bij een gozer die uitblonk in verkooptechnieken en enthousiasme kochten we een zak vol exotische vruchten. Ramboetans, mangistans en maracuja’s. Je hebt er waarschijnlijk nog nooit van gehoord, maar wij nu wel en ze zijn al op. Alleen daarom al zou ik graag wekelijks naar de Markthal af willen reizen. En voor de Nieuw-Zeelandse vegaburgers met kerriemayonaise en aardbeien in witte chocolade natuurlijk. Als ik dan op de fiets ga, is het ook bijzonder goed voor de lijn.

Lees meer
LydiaRotterdam

In het diepe

Ik stam in rechte lijn af van een zeevarende natie: de Vikingen. In mijn erfelijk materiaal kun je dat ongetwijfeld zien als je zou willen. Daarnaast beschik ik over bepaalde kernkwaliteiten die niet hadden misstaan bij Erik de Noorman en waarvoor je mijn genetisch materiaal niet hoeft uit te pluizen om hoofdschuddend te constateren dat de appel niet ver van de boom valt. Hoe dichter bij de poolcirkel ik kom, hoe meer ik wegval tegen de achtergrond.
Je zou denken: zo’n Vikingkind houdt van water. En dat is ook zo. Maar het feit dat mijn voorvaderen onverschrokken ronddobberden op een houten schuit met een drakenkop, betekende nog niet automatisch dat ík kon zwemmen. Daar kwam ik achter toen ik als 6-jarige in een Bosbad op de Veluwe een zwemdiploma moest halen. Watervrees had ik niet, dat had ik alvast voor op mijn leeftijdgenoten, die zich brullend en groen van ellende door de zwemles heensloegen. Maar ook voor mij was het worstelen om boven te blijven, met een plankje, kurkjes en een badmeester met een deskundige haak als voornaamste hulpmiddelen. In het diepe had ik niks aan die Vikingvoorouders! Pas lange tijd en veel zwemlessen later haalde ik mijn zwemdiploma.
Herkenbaar? Dat moet haast wel, iedereen is ooit bibberend langs de kant begonnen met zwemmen. Niemand die het vreemd vindt dat je, om te kunnen zwemmen, eerst les neemt. Om basistechnieken te leren zodat je niet verzuipt. Eerst met kurkjes, pas daarna van de hoge duikplank. Andersom is bepaald af te raden. Zelfs als je afstamt van Olympisch kampioenen in het wedstrijdbad en beschikt over de juiste aanleg, moet je het nog wel eerst zelf leren. Het is slecht drijven op erfelijk materiaal.
Daarom is het zo vreemd dat mensen die willen ondernemen gewoon in het diepe plonzen, met een goed idee als kurk. Misschien blijf je boven, maar zwemmen is iets anders. Zwemmen leer je door goed onderricht. Door meteen toe te passen wat je leert, het steeds vaker te doen en er steeds beter in te worden tot je de slag te pakken hebt.
Bij IncZwolle kun je leren ondernemen. Wij rusten je toe met kennis en vaardigheden om uiteindelijk van de hoge duikplank te kunnen. Om zelf een succesvol bedrijf te bouwen, ongeacht je genetische aanleg. Wij laten je niet zwemmen, maar vergroten je slaagkans. Eind mei starten we een nieuwe Pressure Cooker, waarin je samen met anderen leert ondernemen van ervaren ondernemers. Mis de boot niet. Vraag ons om meer informatie of meld je aan via www.inczwolle.nl. Je bent van harte welkom.

Lees meer
LydiaIn het diepe

Dovemansoren

‘Je moet echt naar het Filmhuis met dochter om La Famille Belier te gaan zien’, zei dochters vader die de film al gezien had. ‘Na afloop weet je waarom je moest gaan’, zei hij. ‘En zij hopelijk ook.’
Het is een hele klus om puberdochter mee naar het Filmhuis te krijgen. Een film die geen kaskraker is van Amerikaanse makelij, daar ga je per definitie niet heen. En je gaat zeker niet naar het Filmhuis met z’n 50+-publiek dat maatschappelijk betrokken en cultureel bewust is en zich in een andere dimensie bevindt dan de rest van de wereld. Daar moeten wel benefits aan vastgeknoopt worden als: lekker eten vooraf en wegvallende verplichtingen van het corvee-achtige soort.
Sowieso is het een hele klus om puberdochter in beweging te krijgen in een andere dan een zelfgekozen richting. ‘Zelf bepalen en zelf doen’, is haar motto. Een motto waar je als ouders niet tegen kunt zijn, want we voeden haar op tot zelfstandigheid. Zodat ze volgend jaar uit kan vliegen om eindelijk te beginnen aan die gortdroge rechtenstudie waar ze zich zo mateloos op verheugt. ‘Ze kiest natuurlijk voor rechten omdat jullie dat zelf ook hebben gedaan’, nemen mensen voetstoots aan. Maar wie dat zegt, kent haar niet. Dat wij ook rechten hebben gedaan, strekt niet tot aanbeveling, het is eerder een heel groot minpunt. Dat ze desalniettemin (blijft een mooi woord) toch voor rechten kiest, is niet dankzij ons maar ondanks ons.
De familie Belier, dus. Ik hield me aan mijn kant van de deal, zij aan de hare en daar zaten we. Tussen de maatschappelijk betrokken en cultureel bewuste vijftigplussers. Te kijken naar een prachtige film over een pubermeisje met een goudklompje in haar keel dat heel gelukkig wordt van zingen. En dat, ondanks haar dove ouders die haar talent niet kunnen horen en ook niet begrijpen, kiest voor een leven vol zang.
Ik begrijp dat we naar die film moesten. Puberdochter zelf begrijpt het ook. Want ook zij heeft een goudklompje in haar keel. Wij denken te weten dat zij veel gelukkiger gaat worden van het ontwikkelen van die gave dan van het volgen van een rechtenstudie. Maar zij denkt van niet. En dat mag ook. Zij mag zelf bepalen en zelf doen. Ook als dat betekent: doof zijn voor ouders die het beter weten.

Lees meer
LydiaDovemansoren

Geen zin

Het schrijfklasje van afgelopen week dacht niet dat er iets leuks te schrijven viel over het gortdroge onderwerp ‘Service Level Agreement’. Dat is een type contract waarin afspraken staan tussen een aanbieder en een afnemer van een product of dienst. Vaak volgestampt met juridische definities en uitsluitingsclausules, een onleesbaar stukje proza.
Ik had het klasje net verteld dat ‘geen inspiratie’ geen reden is om niet te gaan schrijven. Als je geen inspiratie hebt, kun je het regelen. Bijvoorbeeld door te mindmappen, een associatietechniek die het beste werkt met een flip-over en post-its. Gezellig ouderwets en een rijke bron van ideeën waarbij je gebruik maakt van alle denkkracht die de deelnemers zelf blijken te hebben.
De deelnemers hadden een heleboel belemmerende overtuigingen. Ze dachten niet dat ze creatief genoeg waren en een Service Level Agreement, dat was zo saai! Toch kwam er gaandeweg van alles op de flip-over terecht en uiteindelijk wist iedereen een stukje te schrijven. Ze verbaasden zichzelf en elkaar.
Geen inspiratie hebben, dat bestaat niet. Geen zin hebben wel. Maar ‘kan niet ligt op het kerkhof en wil niet ligt ernaast’, aldus een toepasselijk gezegde dat wortelt in het Calvinisme. En dat bij mij zó tussen de oren zit dat er vandaag toch een blogje verschijnt, ook al heb ik geen zin …

Lees meer
LydiaGeen zin