Blog

Voornemens

Ze zijn verdwenen als sneeuw voor de zon, de goede voornemens van de drijvende permanenten in het zwembad: blauw-grijs bekrulde dames met spekruggen in knellende badpakken die op 1 januari bedenken dat zwemmen gezonde lichaamsbeweging is voor stijve ledematen. Ze laten zich in het water zakken en dobberen daar babbelend rond tot ze, weet ik inmiddels, na een paar weken bedenken dat het toch wel veel gedoe is, dat aan- en uitkleden. En dus houden ze er, vooral als ze zien dat waterpraten verder geen gunstig effect heeft op hun gewicht, maar weer mee op. Gelukkig, want mijn baan is te krap om naast mij ook hen te herbergen en ze gaan geen centimeter voor me aan de kant. Wel zijn ze gevoelig voor gespetter – als het aan hen ligt komen ze met droog haar uit het bad vandaan – dus ik spetter veel in januari en organiseer mijn eigen vrije doorgang – zolang het duurt. Want ik weet: voor het februari is, zijn ze weg. Als een regelmatig terugkerende sprinkhanenplaag die op gezette tijden vanzelf weer onder controle komt.
Zelf heb ik ook goede voornemens. De ruimte die ik zo angstvallig najaag in het zwembad zou ik ook wel graag om me heen willen hebben in mijn huis. Dat is langzamerhand veranderd in een op z’n fundamenten kreunend pakhuis. Vol met spullen die misschien ooit noodzakelijk waren maar nu niet meer, vol met dingen die je nog wel hebt vanwege de sentimentele waarde maar waar je nooit meer naar omkijkt en vol met kleding in zes maten te groot óf van dertig jaar oud. Als ik me inderdaad tussen nu en ooit een paar tientallen kilometers noordelijker wil vestigen, moet er eerst opgeruimd worden. Grondig. Ziehier mijn goede voornemen.
Om dat kracht bij te zetten, kwam nichtje S. een dagje langs om spullen af te voeren. Zij kan alles verkopen, tot haar oude moeder aan toe, en ze weet handig te scheiden waar nog wel enige economische waarde aan zit (hup, in een doos), waar niemand meer mee wil lopen (hup, in een vuilniszak) en wat, hoewel jaren oud, voor jonge hipsters als zijzelf weer helemaal trendy is (hup, in haar tas mee naar huis). Keurend speurde zij in hoeken en laden naar handelswaar en wist feilloos zorgvuldig verborgen voorraden met Spullen aan te boren. ‘Je hebt heel veel troepjes’, zag ze meteen en ze zei het ook, de hele dag.
Je wilt niet weten wat we het huis uitgedragen hebben. Dozen en dozen vol met spullen die nichtje S. meeneemt naar de IJ-hallen in Amsterdam waar je binnenkort mijn Laura Ashley-pakjes voor een paar euro kunt kopen evenals mijn schoenenverzameling à la Imelda Marcos. Het erge is: je ziet het helemaal niet, dat er zoveel weg is. Er zijn geen gaten gevallen in mijn inboedel. Toch ruimt het ontzettend lekker op. Vooral in mijn hoofd. Maar dan ook vooral in míjn hoofd. Want nichtje S. zegt, voordat ze als laatste haar moeder afvoert over de beijzelde straat: ‘Je hebt echt nog heel veel troepjes.’

Lees meer
LydiaVoornemens

Ashes to ashes

Komaan, laat ik nog ’s wat zeggen over Bowie. Nu de schrijvende pers de hele week is losgegaan met uitgebreide necrologieën, achtergronden, bespiegelingen en herinneringen en alle tv-rubrieken waar ik langs zapte wel ‘deskundigen’ aan het woord hadden (zoals hij van Toppop, Ad Visser, spook uit het verleden, die zichzelf wel heel deskundig acht en dat ongetwijfeld ook wel is, maar vanwege het kale feit dat hij zich erop laat voorstaan onuitstaanbaar is voor de kijker en vermoedelijk ook voor zichzelf), kun je als blogger niet achterblijven. Vooral niet in mijn geval, nu ik Bowie eigenlijk nét pas heb ontdekt – zie mijn vorige blog.
Mijn ochtendblad wijdde vijf pagina’s aan Bowie, daags na zijn overlijden. NRC-Next en de Volkskrant schreven het dubbele en de NRC had een speciale bijlage. Er zijn, in de ingezonden brievenrubrieken, altijd azijnpissers die dat te veel vinden. ‘Wat doen we als Paul McCartney overlijdt?’, vroeg een inzender zich af. Vooropgesteld: laten we hopen dat hij 100 wordt, minimaal, en al die tijd muziek blijft maken. Maar als hij op een dag over de drempel stapt, zullen we pagina’s en pagina’s vol schrijven vol necrologieën, achtergronden, bespiegelingen en herinneringen – want dat doe je als de groten der aarde heengaan.
Afgelopen maandag, 11 januari, zat ik aan mijn keukentafel een bak muesli te eten toen de New York Times mij een push-berichtje stuurde. Ik ben al weken into David Bowie. Sinds ons bezoekje aan de fascinerende tentoonstelling in het Groninger Museum en de daaropvolgende aanschaf van een aantal cd’s sta ik op met Heroes en ga ik naar bed met Major Tom. Ik weet nu: David Bowie is all around us en ik kijk niet op van een berichtje over hem. Tot ik me realiseerde dat er ‘deceased’ stond, in combinatie met zijn naam.
Bij de grote gemeente waar ik tweemaal ’s weeks een dagje werk kwam ik terecht in een rouwcentrum. Bij de koffieautomaat vertelden mensen verhalen over hun favoriete platen en we inventariseerden even wie er al naar Groningen was geweest en wie nog niet. Degenen die zeuren in de brievenrubrieken van de kranten over het teveel aan aandacht voor een overleden popster zijn duidelijk niet naar Groningen geweest. Als ik een advies mag geven? Ga! Als je daarna nog denkt dat David Bowie een popster was, mag je zeuren in brievenrubrieken zoveel als je wilt. Maar vermoedelijk realiseer je je dan, net als ik, dat hij een icoon was met een onvoorstelbaar grote invloed op kunst, cultuur, muziek, mode, het leven, de wereld. En verbaas je je erover dat het onder je ogen gebeurde terwijl je het niet zag. Daarbij passen eerbiedig zwijgen en pagina’s vol met uitgebreide necrologieën, achtergronden, bespiegelingen en herinneringen.

Lees meer
LydiaAshes to ashes

Bowie

Over de bagage die mij van huis uit is aangereikt om mij te vergezellen op mijn levenspad, heb ik niet te klagen. Ik groeide op in een huis met boeken, woorden, taal. Ook muziek steeg op naast mijn wiegje. Vooral klassiek, maar ook de uitzendingen vanuit Nick Vollebregts Jazzcafé maakten wij thuis via de middengolf mee. Dankzij grote zus en broer kreeg ik ook The Beatles met de paplepel naar binnen geduwd. Dat landde wel op vruchtbare grond; over John, Paul, George en Ringo kan ik college geven. In mijn beleving zijn The Beatles de basis van alles als het om moderne muziek gaat.
Er zaten desalniettemin (een prachtig woord, tussen haakjes, dat ik koester – al was het alleen maar om te voorkomen dat het een vergeetwoord wordt, maar daarover in een volgend blog meer) wel wat hiaten in mijn muzikale ontwikkeling, die ik gaandeweg heb proberen te dichten. Dankzij de Rolling Stones-adept met wie ik bijna twaalf jaar in een bandje zat heb ik Mick en de zijnen leren waarderen. En sinds dit kerstreces kan ik nog een vinkje zetten op mijn checklist. Want vriend N. nam me mee naar het Groninger Museum, naar de tentoonstelling ‘David Bowie is’. Hij scoorde al in augustus de kaartjes en zijn motivatie loog er niet om: ‘Bowie is een missing link in jouw opvoeding.’
Zelf had ik niet zo het idee dat ik iets miste aan Bowie. Ik kreeg wel wat van zijn muziek mee, maar ik vond de muzikant zelf een merkwaardige vogel in wie ik me verder niet zo verdiepte. Ten onrechte, weet ik nu. Het Groninger museum is erin geslaagd een fascinerende tentoonstelling naar Nederland te halen over een veelzijdige kunstenaar wiens invloed op de hedendaagse cultuur al decennialang groter is dan van welke andere muzikant ook. ‘David Bowie is all around us’, stond bij de entree van de tentoonstelling. Het punt waarop ik nog dacht dat dat misschien wat overdreven was.
Inmiddels denk ik er anders over. Ik heb twee uur lang met open mond rondgelopen vanwege alles wat ik zag en hoorde – want de combi beeld en koptelefoon met geluidsfragmenten is top. Aan het einde van de tentoonstelling was ik alle gevoel voor tijd en de rest van de dimensies kwijt, alsof ik uit de achtbaan stapte en ik dacht: ik wil nog een keer! En ik weet nu: David Bowie is all around us. Als jij dat nog niet weet, staat je slechts één ding te doen: koop kaartjes nu het nog kan en reis af naar Groningen. Je komt terug met een andere kijk op kunst, cultuur, het leven, de wereld.

Lees meer
LydiaBowie

Warm

Persoonlijk vind ik het wel lekker, die hittegolf in december. Ik maak me grote zorgen om het leefgebied van de arme ijsbeertjes en andere problemen die samenhangen met de opwarming van de aarde, heb zonnepanelen in stapels op mijn dak liggen en recycle elke aardappelschil die dit huishouden produceert. Maar persoonlijk vind ik het echt, echt heel erg lekker dat ik in december nog op blote voeten rond kan banjeren met mijn jas open. Of ‘los’, zoals ze in deze contreien zeggen. De kerstlunch die ik deze week bijwoonde aan een feestelijk gedekte en verlichte tafel, had ook gewoon op een terras plaats kunnen vinden, want toen ik uit de auto stapte was het 16 graden.
Voor het ontuig op deze aarde is het niet zo goed hoor, dat het niet vriest. De fruitvliegen zwermen op volle sterkte rond mijn hoofd zodra ik in de buurt van de groenbak kom. En de wilde spinnen, waarvan je zou verwachten dat ze tenminste íets goeds doen met hun ellendige leven door al het kruipend en vliegend ongedierte soldaat te maken, hangen door de hitte bevangen tegen de wand geplakt. Heeft voordelen hoor; je kunt vrij gemakkelijk een bezem op hun kop neer laten komen zonder dat ze op de loop gaan. En na de bezem, ja, dan hoeft het niet meer. En kan het ook niet meer, om eerlijk te zijn. Zo duurzaam ben ik dan weer niet, dat ik meelij heb met spinnen. Ik spaar van alles, maar spinnen horen daar niet bij. Tenzij het spinsels van Poes zijn, natuurlijk. En als ze niet spint, dan schudden we haar net zolang tot ze het gelukkig weer doet.
Puberdochter vindt het heel raar, dat we wel bang zijn voor spinnen en niet voor Poes. Want: Poes is net zo harig als een spin maar veel groter, ze heeft scherpe tandjes en nog scherpere nageltjes waarmee ze alles kapot ragt, en als ze zou willen zou ze harder lopen dan een spin. Bovendien: hoe harder je ‘kssst’ roept of andere klanken uitstoot die duiden op ‘wegwezen’, des te liever zij op schoot wil komen zitten.
Ik moet er niet aan denken. Een spin ter grootte van Poes, met scherpe tandjes en nageltjes, die heel hard loopt en graag op schoot komt zitten. Een nachtmerrie op acht poten. Ik krijg het er warm van!

Lees meer
LydiaWarm

Ziek

Tegelijk met de kilo’s die verdwijnen als sneeuw voor de zon, neemt ook mijn weerstand af as we speak. Elke bacterie die langs vliegt blijft aan me hangen. En al slik ik ook een arsenaal aan pilletjes met vitamine A tot en met Z, ik pik vrij gemakkelijk allerlei ziekmakends op. Als mensen blaffend en proestend mijn weg kruisen, dan heeft schuilen al geen zin meer en weet ik dat de incubatietijd is begonnen. Tegen de aso’s die in plaats van in bed te liggen met een kruik, een elektrische deken en een strip paracetamollen, gewoon de werkvloer onveilig blijven maken terwijl het water uit hun ogen en oren loopt, zou ik willen schreeuwen: ‘Ga naar huis! Hou je bacillen lekker bij je! Ga thuis flexen als je zo nodig moet werken met veertig graden koorts. Maar wat je ook doet: blijf ver uit m’n buurt!’ Maar dat doen mensen niet. Mensen denken dat ze bikkels zijn als ze zich in het maatschappelijk verkeer begeven als het koortszweet ze over de rug stroomt. Terwijl ik vind dat ze opgepakt zouden moeten worden voor het ontwrichten van de maatschappij.
Vorige week was het zover. Er hadden inmiddels zoveel mensen hoestend over me heen gehangen dat er geen ontkomen meer aan was. Ik werd ziek. Ik keerde huiswaarts op een donderdagavond met een flinke koorts en dat bleef zo tot het weekend zich langzaam terugtrok om plaats te maken voor de werkweek. En toen was ik niet beter, maar begaf ik, bikkel, me in het maatschappelijk verkeer terwijl het koortszweet me over de rug stroomde. Overal waar ik blaffend langs strompelde, stoven mensen aan de kant. ‘Ga naar huis!’, dachten ze. ‘Hou je bacillen lekker bij je!’
Het was een memorabel weekend, dat ik doorbracht in het halfduister, tussen waken en slapen in. Met de griep die als ongenode gast op mijn bedrand de wacht hield. Ik beleefde een hoop koortsige ijldromen, maar achteraf geloof ik dat ik vooral series keek op Netflix. Als je ziek bent, dan mag dat. Werken? Bloggen? Bespiegelingen in de krant? Verantwoorde literatuur? Neuh, ziek. Maar niet te ziek om een vinger op te kunnen tillen en de laptop aan te klikken. En inmiddels weet ik: nuttig hoor, paracetamol en hoestdrank. Maar waar je pas echt van opkikkert is van een weekendje in bed met de laptop. Ontzettend heilzaam, zo’n dosis Netflixcilline, maar wel licht verslavend. Want dit weekend heb ik geen griep, maar ik geloof dat ik toch …
Zolang niemand ’t weet, moet ’t kunnen!

Lees meer
LydiaZiek

Voorbij

Een substantieel deel van mijn volwassen leven heb ik doorgebracht in het regelmatige gezelschap van een club mannen, variërend van drie tot vijf stuks, met wie ik muziek mocht maken. In 2004 gingen we van start met onze band, die na een tijdje toch een naam moest hebben. Dat werd Zo Watt, met de Z van Zwolle en dubbel t, om onze dwarsigheid mee aan te geven. Een dik decenniumlang brachten we menig dinsdagavond door in een oefenruimte. We speelden een poos bij de drummer op zolder. Dat kon best. Inmiddels staat zijn huis in een woonwijk, maar toen het net gebouwd was, stond het vrijwel alleen middenin de desolate vlakte die Stadshagen toen was. In de verte zag ik een paar wagons over het Kamperlijntje boemelen. Eromheen was niks.
Lang speelden we ook op de Zwolse gemeentewerf, op een industrieterrein. We konden er lawaai maken zoveel we wilden, na kantoortijd was er geen hond in de buurt. Op de grond lag laminaat, met een gezandstraalde topcoat of zoiets. Jarenlang lag er na afloop van onze repetitie een berg zand op de vloer, altijd bij mijn voeten. Muziek maken is blijkbaar een zanderige bezigheid. En een dorstige bezigheid is het ook; er is een immense hoeveelheid bier doorheen gegaan in al die tijd. Niet dankzij mij, overigens, ik ben van het fris. Wonderbaarlijk bleef dat ze – de mannen – het meebrengen van de flessenopener nooit structureel belegden. Ook namen ze vrijwel nooit hun toevlucht tot blikjes met een treklip. Elke keer dezelfde vraag: ‘Wie heeft er een flessenopener?’
Spelen met de band was mooi en zo in het zicht van ons koperen jubileum besloten we dat het ook wel mooi geweest was. Dus we zijn op gepaste wijze afgezwaaid, met een afscheidsoptreden in een Zwolse kroeg. Iedereen was erbij, of had er graag bij willen zijn. En op het podium speelden wij onze eigen en andermans oude hits tot in de vroege uurtjes.
We zijn niet met ruzie uit elkaar, we gaan vast nog wel eens een memorialtour doen. Maar voorlopig gaan we elk ons weegs. Naar Friesland, naar Frankrijk en naar andere oorden waar we wonen overdag of landen in de nacht, ver van waar de IJssel stroomt.
Ik ga ze missen, die mannen. Ik heb veel plezier met ze gehad en veel van ze geleerd. Over bluesschema’s en riffjes, over samenwerking, over de dynamiek in een band, over hoe goed de Stones-nummers eigenlijk in elkaar zitten. En over hoe mannen onderling hun dingetjes oplossen: harde maar duidelijke woorden en daarna nemen ze een biertje op de goede afloop, no hard feelings. Leerzaam.
Ik neem er ook een op de goede afloop. Een glaasje fris. Cheers!

Lees meer
LydiaVoorbij

Sintkoorts

Bij Albert Heijn zag ik al sinds de zomer stellages vol met marsepein, chocola, letterbanket en andere snaaierijen. Ik wist dus al vroeg welke kant het op zou gaan. Net zoals je weet dat je blaren krijgt als je schoen knelt. En inderdaad: hij is weer gekomen, die lieve goede Sint. Hij arriveerde met zijn stoomboot, in Meppel nog wel. Er komt veel moois uit Meppel. Ikzelf onder andere, en veel, zeer veel familieleden.
Inmiddels weet ik ook dat de goedheiligman dit jaar niet stilletjes mijn straatje voorbij rijdt, want ik ontving een lootje in de mail. Niks geen gedoe meer met papiertjes en blind getrokken lootjes die per post naar verre familieleden moeten in de hoop dat niemand zichzelf getrokken heeft omdat anders het circus weer opnieuw kan beginnen.
Samen met het lootje ontving ik het wensenlijstje. Allemaal digitaal en volledig anoniem. Op de wensenlijst kun je meteen aanklikken wat je wilt bestellen voor de persoon van wie de naam op het lootje staat. En mocht het keukenschort dat bovenaan het lijstje staat niet meer leverbaar zijn, dan kun je daarvan anoniem een bericht sturen aan degene die je getrokken hebt. Om per ommegaande een berichtje terug te ontvangen dat een boekenbon een acceptabel alternatief is. Ontzettend handig, maar ook een beetje klinisch. Het zijn andere tijden, digitale tijden.
Gelukkig zijn er ook dingen die nooit veranderen. ‘Ik ben er wel ongeveer uit’, meldt puberdochter, die een scherp analytisch vermogen heeft voor een kind dat zogenaamd geen wiskunde kan, tijdens het inruimen van de vaatwasser. Volgt een verhandeling over wie wie getrokken moet hebben, logischerwijs. ‘En wie heb jij dan getrokken?’, wil ik weten, want voor zover het over mij en mijn lootje gaat, is er geen speld tussen te krijgen. Ze lacht geheimzinnig. ‘Ik kan daar geen mededelingen over doen, mam. Het moet wel een beetje spannend blijven, anders is de lol eraf.’

Lees meer
LydiaSintkoorts

Mondegreens

Mijn ochtendblad Trouw heeft dagelijks een column over verschijnselen in, uit of rondom de taal. Beroepshalve interesseert me dat nogal. Het is een leerzaam stukje krant, ik steek er veel van op. Het inspireert me soms om op onderzoek uit te gaan en af en toe moet ik er ontzettend om lachen. Want taal is leuk. Om te lezen, maar vooral om te schrijven. Overigens gaat het een niet zonder het ander. Als je nooit leest, kun je ook niet schrijven. Als we er tenminste vanuit gaan dat schrijven meer is dan woorden achter elkaar zetten.
Afgelopen week las ik een korte verhandeling over de Mondegreens. Voor wie het niet weet: Mondegreens zijn verkeerd verstane liedteksten. De term vindt zijn oorsprong bij de Schotse schrijfster Sylvia Wright. Zij leerde als kind een lied met de regels: ‘They had slain the Earl of Moray / And laid him on the green.’ Zij verstond de laatste regel als: ‘And Lady Mondegreen.’ Volgens een inventarisatie die het Genootschap Onze Taal heeft gemaakt, is vooral Frank Boeijen hofleverancier van Mondegreens. Niet verwonderlijk. Wat die gozer zingt is totaal onverstaanbaar. En als ik al eens iets versta, dan begrijp ik het woord wel, maar is de samenhang met de rest volstrekt onduidelijk. In plaats van ‘Wie wil er bloed op de achterbank / van de werkelijkheid’ verstaat een mens maar al te gemakkelijk: ‘Tien liter bloed op de achterbank / van een edele geit.’ En ‘Zeg me dat het niet zo is’, laat zich gauw verstaan als: ‘Zeg me dat het schnitzel is.’
Mijn vader had vast nog nooit van Mondegreens gehoord, maar hij vertelde altijd met smaak over het jongetje dat het gezang ‘Op een witte wolkenwagen wordt de Heer naar d’aard gedragen’ wist om te bouwen tot: ‘Met een witte Volkswagen …’ Uiteraard was dit voordat er door het Volkswagenconcern gesjoemeld werd met software. En met het afschaffen van de Winkelsluitingswet, waardoor middenstanders binnen grenzen zelf hun openingstijden mogen bepalen, is het niet zo vreemd dat een niet zo goede verstaander het kerstlied ‘Middenin de winternacht ging de hemel open’, misverstaat als: ‘Middenin de winternacht ging de HEMA open.’ De hele lijst Mondegreens op Onzetaal.nl is mooi leesvoer voor een donkere, winterse avond.
In het Nederlands heten Mondegreens ook wel Huldebieten. Naar het jongetje dat het lied ‘Neem mijn stem, opdat mijn lied, u mijn Koning hulde biedt’ had meegezongen en na afloop aan de juf vroeg: ‘Wie is eigenlijk Koning Huldebiet?’

Lees meer
LydiaMondegreens

Monumentenzorg

Van het verlangen naar eeuwige jeugd begrijp ik niet zoveel. Ik houd er wel van als rimpels hun intrede doen. Ouderdom die met waardigheid gedragen wordt, misstaat nooit iemand. Mij zul je niet zien bij de privéklinieken waar je injecties in je bovenlip of je voorhoofd kunt laten zetten, net zolang tot je gezicht uit beton gegoten lijkt te zijn. Maar ik ben dan ook gezegend met botox van mezelf – al neemt met het verdwijnen van de kilo’s ook de rimpelloosheid wat af. Daar staat tegenover dat ik ook geen 20 meer ben. Een rimpel hier of daar mag best!
Ook ben ik niet tegen grijs haar, al zie ik dat liever niet bij mezelf. Ik wil niet in de categorie vrouwen vallen die heur haar niet meer verft en dan ook meteen een makkelijk kapsel neemt. Erbij horen schoenen met een bolle onderkant waarop je comfortabel kunt lopen, uiterst goed voor je rug enzo, maar waarop je echt, echt niet gezien kunt worden. Ook al word je ouder, en dat mag je hopen, dat je ouder wordt, je hoeft er niet bij te lopen als een ouwe dweil.
Toch – het is de bedoeling dat de mensch langzaam aftakelt. Rimpeltje hier en daar, grijs haartje hier en daar, onbeduidend kwaaltje links of rechts. Genietend van het leven, maar langzaam achteruit kachelend tot er geen redden meer aan is en je over de rand kukelt van het graf, de eeuwigheid tegemoet. Tegen die tijd is het de bedoeling dat alles hangt, onder invloed van de zwaartekracht, en dat er nog maar weinig naar behoren functioneert. Het moet een beetje op zijn, zeg maar. Het kan niet de bedoeling zijn dat je in de volle kracht van je leven en schoonheid die fase bereikt – dan is er duidelijk iets mis gegaan onderweg.
Om het aftakelen nog even een halt toe te roepen, liet ik een spatader laseren. In de zomer steek ik graag mijn tegen die tijd slanke benen onder een jurkje uit. Zo’n kabel die van boven naar beneden loopt kun je daar niet bij gebruiken. ‘Wat ga je eigenlijk doen in het ziekenhuis’, informeerde een jongmens nadat ik langs mijn neus weg had gemeld een dagje uit de running te zijn. ‘Spataderen laseren’, antwoordde ik. ‘O’, knikte hij begrijpend, ‘monumentenzorg.’

Lees meer
LydiaMonumentenzorg

Buitenleven

Het buitenleven is prachtig. Vooral in de lente. Als de merel op mijn dak zijn winterveren opschudt en een loflied aanvangt, de bolletjes uit de grond schieten, ik lammetjes dartel zie rondspringen in de wei – daarom heet het ook ‘dartelen’; dat is de activiteit van diertjes die dartel huppelen. Dat wil zeggen: zo lang hun jonge leventje duurt, want menig lammetje krijgt een kortstondige carrière als koteletje. Gelukkig zijn lammetjes zich niet van dit toekomstperspectief bewust. Ze dartelen, of ze nu in de shoarma belanden of niet.
Los van het feit dat lammetjes eten verboden moet worden, zie ook mijn blog van vorige week, is de lente prachtig. Zo prachtig dat een mens er hevig naar verlangt als het herfst is. Natuurlijk heeft het buitenleven in dit jaargetijde ook zo z’n momentjes. Ik houd ervan om door de gevallen blaadjes te baggeren en in het herfstzonnetje te zitten uit de wind. Maar vooral houd ik ervan om te dromen over lente. Als de spinnen die nu kastelen bouwen langs mijn oprijlaan doodgevroren zijn, samen met al hun nakomelingen. Als die vreselijke beesten nou nog fruitvliegen zouden lusten! Maar nee hoor. Ik weet niet wat er precies op hun menu staat – en eigenlijk wil ik dat ook niet weten, ik doe net alsof ik ze niet bloeddorstig hoor smakken als ik langsloop – maar fruitvliegen horen daar niet bij.
Mensen die ook erg van het buitenleven houden, zijn Willem en Drees. Twee jonge mannen die, door idealisme gedreven, lokale producten bij mensen op tafel willen krijgen. Biologische producten het liefst, en van het seizoen. Omdat ik meedoe aan de postcodeloterij, louter en alleen omdat ik denk dat het niet te pruimen is als de te winnen miljoenen wel bij mijn buren belanden en niet bij mij, kreeg ik een winterpakket van Willem en Drees. Een soort kerstpakket, maar dan in oktober. Vol met dingen die best leuk zijn, maar waar ik geen behoefte aan heb en uitstekend zonder kan. Ik hoef geen knolselderij en rode kool. En rookworsten – van scharrelende weidevarkens, die helaas pindakaas, toch zijn geëindigd als worst – hoef ik al helemaal niet, zie mijn blog van vorige week.
Bij het winterpakket kwam een boekje. Zodat je weet wie de geleverde producten gemaakt of geteeld heeft. Zoals Kees en Astrid uit Rhenoy, Jan en Hans uit Strijen en Martin uit Zeewolde. Blozende mensen die genieten van het buitenleven, maar allemaal niet bij mij uit de buurt. Niks lokaals aan mijn winterpakket, derhalve. Ik stel daarom voor dat het volgende winterpakket van de postcodeloterij gewoon uit baar geld bestaat. Lokale euro’s bij mij op tafel. Ik denk dat mijn buitenleven dan pas echt kan beginnen!

Lees meer
LydiaBuitenleven