Blog

Afgunst

Ik viste de kleine big op bij een kapitale villa in het groen waar zij na school koekjes had gebakken met vriendinnetjes. Een knul van mijn leeftijd deed open; de vader van het daar woonachtige vriendinnetje. De dames waren zoals te verwachten was nog niet klaar op het afgesproken tijdstip en al wachtende raakten we aan de praat. Onderwijl nam hij me mee naar binnen en ik belandde op de pagina’s van een woonmagazine: in ruime vertrekken met design meubels en verantwoorde kunst aan de wand. Overal tussendoor hobbelde een sfeerverhogende teckel.
De keuken was groter dan ons hele huis. Ergens in de verte stond een kookeiland, met een paar meisjes eromheen, aangestuurd door een thuisblijfmoeder. Het rook er naar koekjes. De teckel snoof likkebaardend de geur op van chocolate chip cookies die uit lagen te wasemen op een bakplaat. Overal lagen gebruikte bakblikken, mixers, kommen, resten meel, boter, zakken suiker en andere bakzooi. ‘Gezellig’, zei de vader des huizes en glimlachte oprecht ontspannen om de troep.
Ik had hem op de oprijlaan al benijd om zijn beroepskeuze en dat werd er in ons gesprekje onderweg naar de keuken niet minder op. Op de vraag wat hij precies deed, wuifde hij nonchalant met een hand en zei: ‘O, ik werk in het ziekenhuis.’ Iets zei me dat hij daar niet achter de balie bezig was met het opnemen van de telefoon, maar in hersens sneed of zoiets en ik verfoeide meer dan ooit hartgrondig mijn vakkenpakketkeuze waardoor ik niet op een O.K. was beland in een groene jas maar op een stoel achter een toetsenbord. Maar meer nog dan op zijn beroep met bijbehorend inkomstenpatroon voelde ik een grote afgunst vanwege zijn relativerende houding bij het zien van de chaos in de keuken. Als er iets is waar ik totaal van flip, is het van een invasie van vriendinnetjes die samen met de kleine big in no time de keuken omtoveren in een zwijnenstal.
Een paar weken later kwam ik de vader van het vriendinnetje tegen bij een officiële aangelegenheid waar hij vanuit zijn professie iets mee te schaften had en ik vanuit de mijne. Er werd mooi gesproken op een podium. ‘Prachtige speech’, zei hij. ‘Dank je’, zei ik. Hij zette grote ogen op: ‘Heb jij die geschreven?’ De complimenten nam ik onder dankzegging in ontvangst. ‘Schrijven, dat is nou het enige wat ik ook nog zou willen kunnen’, mompelde hij.

LydiaAfgunst