17 02/12
17:25

Hora est

En toen waren we getuige van het heuglijke feit dat de vader van de kleine big promoveerde in de rechtsgeleerdheid. Als meester ging hij naar binnen, als doctor kwam hij eruit. En wij waren erbij. Samen met een lading andere mensen die een uitnodiging hadden gekregen voor promotie en afterparty.
We vingen de reis naar Leiden al vroeg aan. Stel je voor dat we door ijs of files zouden worden opgeslokt. In de kroeg tegenover het Academiegebouw waar ik mijn halve studietijd heb uitgezeten, ik bedoel: in de kroeg, niet in het Academiegebouw, troffen wij de familie die van heinde en ver was uitgerukt om deze dag toch niet te missen. Wij waren vroeg genoeg om hand- en spandiensten te verlenen zoals erop toezien dat bezoekers er slechts met één exemplaar van de boek geworden dissertatie vandoor gingen. En na afloop waren wij van het uitdelen van de routebeschrijvingen naar de aansluitende feestelijkheden. Maar het duurde even voor het ‘na afloop’ was. Want promoveren in Leiden gaat zomaar niet. Het duurt en duurt en is met vele riten omgeven. Zoals de rector magnificus in vol ornaat, het hora est en potsierlijke petjes die de opponenten op hun hoofd zetten voordat ze een laatste poging gaan doen het proefschrift onderuit te halen. De paranimfen die de promovendus ter zijde staan zijn een vleesgeworden ritueel. Ze hebben een rokkostuum aan, maar verder zitten ze er voor spek en bonen bij want ze vallen net zo hard in slaap tijdens de verdediging van het proefschrift als de bezoekers in de zaal.
Luid gegeeuw aan mijn zijde na een uurtje was het teken dat de kleine big het wel welletjes vond. ‘Ik begrijp er niets van’, mompelde ze. Ze was de enige niet. Partijautonomie in het relatievermogensrecht is nou niet meteen kost voor op het nachtkastje. Tenzij je ernstig lijdt aan slapeloosheid. Zelf trok ik mijn intelligentste gezicht, maar ik kan je zeggen: de diepere essentie ging aan mij voorbij. Ik heb mijn roeping als briljant jurist duidelijk gemist. Maar dat is echt geen gemis voor de mensheid. Laat iemand anders zich maar bekommeren om het relatievermogensrecht. Ik schrijf wel een tekstje.

12 02/12
16:00

vier seconden

Thuis heb ik rustig en duidelijk leren spreken. Geen accent, geen dialect. Het Meppels van op straat was verboden aan de keukentafel. En het Amsterdams, waarin mijn moeder zichzelf zo rijkelijk uitdrukte, was helemaal taboe. Ik heb nog steeds een overdreven aangezette ‘z’ in mijn taalgebruik, opdat de ‘z’ toch maar nooit gaat klinken als een ‘sjet’. Ik weet dus vrij zeker dat ik accentloos Nederlands spreek. Goed te verstaan, geen binnensmonds gemompel. Toch verstonden mensen aan de telefoon nooit wat ik zei als ik me voorstelde. Tenzij ze behoorden tot de kring van intimi en waarschijnlijk mijn naam in hun schermpje hadden gezien voor ze opnamen. Ieder ander zei standaard: ‘Hoe was uw naam?’, terwijl ik me toch echt net luid en duidelijk had voorgesteld.
Lange tijd heb ik me hier enorm aan geërgerd. Ik heb wel een ongebruikelijke achternaam, maar ik vond het toch een blijk van desinteresse als mensen nog eens naar mijn naam vroegen. En natuurlijk ben ik daar in een assertieve bui wel eens verbaal over op de vuist gegaan met een telefoniste aan de andere kant van de lijn. Die vervolgens wel een rotdag zal hebben gehad omdat ik haar ‘Luis-te-ren!’, toebeet.
Inmiddels ben ik ingehaald door voortschrijdend inzicht. En weet ik dat uit onderzoek blijkt dat mensen vier seconden nodig hebben om aan een stem door de telefoon te wennen. Ze willen je best horen, maar ze horen je niet. Of je een accent hebt of een idiote naam doet niet ter zake; de eerste vier seconden van een telefoongesprek gaan verloren. Daarom is het héél wijs, weet ik nu, om de eerste vier seconden van een gesprek op te vullen met non-informatie. In plaats van ‘Met Lydia Lijkendijk, mag ik Pietje Puk aan de lijn?’, zeg ik nu, iets langzamer dan ik gewend ben: ‘Goedemorgen mevrouw, u spreekt met …’ En het hele euvel is opgelost.
Het leven kan soms zo simpel zijn!

03 02/12
17:27

Ingesneeuwd

Wat krijgen we nou? Het is ineens winter. Je kunt ook niet zomaar schrijven over de aanzwellende lente, langsvliegende merels en tulpen (zie blog van een paar weken terug). Zoiets blijft niet ongestraft. Net zoals wanneer je bij een blauwe hemel zonder paraplu de deur uitgaat in de zomer. Dan kun je erop wachten dat je kletsnat weer thuiskomt en dat de weergoden daar bulderend lol om hebben. Tuig is het.
Nu zitten we dus ingesneeuwd. De kleine big is voor de verandering van en naar het station getransporteerd in een witte volkswagen die met het ontdooien langzamerhand weer kleur kreeg. Poes met haar beperkte herseninhoud kan niet helemaal begrijpen wat er gebeurt. Ze ziet van alles uit de lucht vallen, maar dat zijn geen vliegjes en merels. Zij neemt zuchtend de wijk naar haar toevlucht in bange tijden: een wollig blauw mandje voor de kachel waar ze met enig gewrik precies in past en waar het fijn toeven is. Voor een poes dan; mij lijkt het nogal benauwd.
Zoals gewoonlijk is de NS weer nergens op voorbereid. Blaadjes, sneeuwvlokjes, het dondert niet wat er naar beneden dwarrelt: de boel ligt plat. Enkele reis Zwolle duurde anderhalf uur en de kleine big kwam als een grote ijsbeer weer thuis. Inmiddels is ze ontdooid dankzij warme chocolademelk en een tosti. Ze zit ingepakt in een ‘Zwolleblauwe’ Snuggle, een erfenis uit een kerstpakket, op de bank. Het ziet er warm, genoeglijk en aantrekkelijk uit. Poes, die in principe niet van ijsberen houdt, heeft zelfs het warme mandje verlaten om poolshoogte te nemen. Niet omdat ijsberen en de pool nu eenmaal onlosmakelijk met elkaar verbonden zijn, maar zij wil ook wel in de Snuggle!
Buiten ligt er sneeuw, binnen hebben we een Snuggle. Bij mij begint een mooi visioen te dagen van het komende weekend met hoofdrollen voor kind, kat, bank en Snuggle. En ik wil graag in het midden.

27 01/12
12:17

Kampen

Lang geleden was ik een fervent treinreiziger. Het was ver voor de plaszakken en de herfstblaadjes-op-de-rails malaise van ProRail. Treinen reden in mijn herinnering op tijd en er was altijd wel een plekje voor mij en mijn grote weekendtas vol wasgoed waarmee ik in het weekend naar huis ging. Ik hield het lang vol met de trein. Ook toen ‘ik’ ‘wij’ werd maakten wij veelvuldig gebruik van het spoor en gingen we met twéé weekendtassen vol was naar huis.
Tegen de tijd dat we zelf een wasmachine hadden, kregen we de liefste baby van de hele wereld cadeau. En met haar arriveerde er een ongelofelijke hoeveelheid rotzooi in ons leven die er kennelijk bij hoort. Exit trein. We hebben het nog wel even geprobeerd hoor, naar opa’s en oma’s met opvouwbare badjes, bedjes, boxjes, maar het was geen doen. Het verschijnsel ‘auto’ is me sindsdien wel zo goed bevallen dat ik er niet meer uit te branden ben. (Verder ben ik overigens ontzettend duurzaam en breng ik elke aardappelschil naar de groenbak.) Slechts als het echt helemaal niet anders kan ga ik met de trein. Maar dan moet het dus echt helemaal niet anders kunnen.
Vaak kan het gelukkig wel anders en zoef ik als een oranje streep van hot naar her. Of naar Kampen, zoals deze week. Een plek waar ik niet zo vaak kom want nogal uit de route. Ooit, echt lang geleden, heb ik er gesolliciteerd als gemeentewoordvoerder. Leuke gesprekken had ik er met het halve college. Na het derde gesprek werd ik het niet. ‘Want we zijn nog niet toe aan een vrouw op deze post.’ ‘Dat is merkwaardig’, gaf ik terug, ‘toen ik een brief schreef was ik ook al een vrouw.’ Nooit meer aan gedacht, want bij zo’n club wíl ik helemaal niet werken. Tot ik er deze week beroepshalve moest zijn.
Middenin een polder staat het stadhuis, in een zee van lege parkeerplaatsen. Je zet je auto pal voor de ingang onbetaald neer en wandelt naar binnen. Wat een oase voor de automobilist. In de hal zag ik er veel vrouwen. Tijden veranderen, ook in Kampen. Als ik niet zo ontzettend verknocht was aan mijn eigen bedrijf, ging ik er zeker solliciteren. Misschien hebben ze er nog wel een schrijver nodig.

20 01/12
15:25

Crisis

Er werd een crisis aangekondigd. We waren de eerste nog niet te boven of de tweede stond al te rammelen aan de poort. Voor freelancers zijn dat zeer verontrustende boodschappen. Dus ik sjorde de voorraden vast en bevroor de tegoeden. ‘Geen geld’, zei ik tegen de kleine big die allerhande wensen op haar verlanglijst had staan om dringend te realiseren. Ze had het zich zo leuk voorgesteld: lekker rondshoppen met haar moeder in de Kerstvakantie en vooral: met haar moeders pinpas. ‘Geen geld?’, ze sperde haar grote onschuldige kijkers wagenwijd open. Daar had ze nog nooit van gehoord! Ik hield een verhandeling over de crisis die verder niet zoveel indruk leek te maken. Maar met creatieve oplossingen kwam ze wel: ‘Mam, als jij nou mijn oude Uggs verder afdraagt, dan krijg ik nieuwe en hoeven we nog maar één paar Uggs te kopen.’
Ondertussen begin ik te denken dat ‘ze’ zich vergist hebben. Januari is van oudsher een maand om de website lekker bij te werken, aan productinnovatie te doen vanachter je bureau, de labrador een extra rondje uit te laten of te dromen over de labrador die je een rondje extra zou uitlaten als je ‘m had. Nu is januari ineens de maand geworden waarvan achteraf zal blijken dat mijn bed, gemiddeld genomen over 2012, het minst hard onder dagelijks gebruik gesleten is. Gesteld dat ik daar statistieken van bij zou houden, wat niet zo is; het is buikgevoel.
Ik klaag er niet over hoor, dat mijn klanten in drommen tegelijk op de stoep staan te dringen. Schrijfsels willen ze, schrijfsels krijgen ze. Als freelancer ken ik ook de tijden waarin ik denk: ‘Waar blijven ze? Het wordt nu toch tijd …’ Dus crisis? Nee, geen crisis. Ik wentel me in werk en voel me gelukkig. De enige crisis hier in huis heeft vier pootjes en een snoezig klein hoofd, met weinig hersentjes. Dat kan ze ook niet helpen. En ze kan het ook niet helpen dat ze graag tulpen lust. En kabeltjes. En meubels. En laarzen. En eigenlijk alles.

15 01/12
13:54

Calvijn

Van huis uit heb ik meegekregen dat het wel de bedoeling is dat je de jou gegeven talenten benut hier in dit aardse tranendal. Ik ben nog van de tijd dat je op school een pretpakket kon kiezen. Dat deed ik dan ook. Want echt, ik kon niks met cijfertjes. En nog steeds niet. Hoewel ik met het sturen van facturen weer helemaal geen moeite heb, gek hè? De talen en de zachte vakken, daar kon ik wel wat mee. Ik wilde zelf graag scoren maar dat werd ook verwacht. Zodra ik ergens met de pet naar gooide en ik thuiskwam met het in een bedroevend cijfer geconverteerde resultaat daarvan, begon er wel iemand te mompelen over de zuivelfabriek. Waar blozende jongens en meisjes in klederdracht uit het durp waar wij woonden hun dagen doorbrachten met het veranderen van melk in kaas. Hele goede kaas, dat wel. Sinds ik me mee laat slepen door Boer zoekt Vrouw en avondenlang aan de buis gekluisterd zit in het betreffende kijkseizoen, begrijp ik dat ook kaasmaken een vak is waar wel enige talenten voor nodig zijn.
Talenten benutten is één ding, maar vanuit het Calvinisme waar ik toch behoorlijk in ondergedompeld ben, moet je die talenten ook wel optimáál benutten. Als je iets doet, doe je het goed en anders kun je het net zo goed laten. Dat geldt voor alles wat je doet. En wat mij betreft geldt het ook voor iedereen. Daarom verbaas ik mij zo ontzettend over de dagelijkse lading spam in mijn postbus, verzonden door allerlei financiële instellingen waar ik helemaal geen zaken mee doe, maar die mij toch elke dag weer benaderen met alarmerende berichten: ‘Lieve klant, Security problemen In uw Account die moet worden opgelost. Volg de verwijzing hieronder probleem op te lossen. U wordt strikt geadviseerd om overeenkomen met uw informatie terecht te vermijden dienst schorsing. Jouwe oprecht, Online Customer Service’.
Kijk, ik bedoel: als je dan al iemand een poot uit wilt draaien, doe het dan goed. En kom niet aan met koeterwaalse nonsens waar geen hond in gaat trappen. Ik ben geen voorstander van criminele activiteiten. Maar criminelen die hun potentiële slachtoffers zo onderschatten dat ze niet eens de moeite nemen hun dubieuze Russische boodschap door een goede vertaalmachine te gooien, die verdienen ook niet beter dan een enkeltje Siberië. Misschien hebben ze daar ook wel een zuivelfabriek. Kunnen ze hun talenten gebruiken om kaas te maken. Goede, Russische kaas.

07 01/12
19:08

Storm

Dit is de winter van de onstuimige stormen. Hoewel het wel eens onstuimiger is geweest. Een paar jaar geleden trof ik tijdens zo’n storm, toen ik de straat inreed, een opstootje aan bij mij voor de deur. Tegelijkertijd vroeg ik me af wat daar toch voor immens obstakel op de stoep lag. Dat bleek mijn dak te zijn, dat naar beneden was gewaaid. Niet storm-proof. Omdat het ook regende, stond de bovenverdieping zo’n beetje blank. Gelukkig ligt deze narigheid ver achter ons, maar elke keer als het stormt vrees ik voor wat ik aan zal treffen bij thuiskomst. Maar het dak is deugdelijk gerepareerd, zo blijkt, want het houdt dapper stand. Toch lig ik ’s avonds in bed met mijn oren gespitst te luisteren naar de stormsymfonie, een muzikaal samenspel van dakconstructie en de elementen. Gereed om bij verandering van toonhoogte of intensiteit in het gekreun naar buiten te sprinten, met medeneming van kind en kat. En dat is wijs. In gebieden met een hoge aardbevingsfrequentie geldt de algemene wijsheid: ‘Als het dak gaat praten, moet je je huis verlaten.’ Wat voor aardbevingen geldt, geldt ook voor storm. Maar ook hier heb elk nadeel z’n voordeel. Een wat angstig aangelegd individu uit mijn kennissenkring vertelde dat ze juist heerlijk slaapt als het stormt. ‘Want dan hoor ik de inbrekers toch niet.’
Ondertussen wil het maar niet vriezen en dat bevalt mij uitstekend. Deze winter heb ik nog slechts éénmaal de ruiten hoeven krabben ’s ochtends en dat was meer dan genoeg. Er kan nog heel wat sneeuw vallen, maar voorlopig valt het niet en dat is winst. Over twee maanden is het lente, ha! En ik doe er alles aan om dat ook nog een beetje te bespoedigen voor zover dat in mijn macht ligt. Ik zet tulpen op tafel en de mezen die langs vliegen met de zomer in hun hoofd, kijken naar binnen en denken: ‘Ja hoor, ’t is lente, ze heeft tulpen op tafel.’ Maar de mezen zijn nog niet koud langs of poes denkt ook: ‘Fijn, tulpen’, en knaagt ze tot de grond toe af als ik me even omdraai. De blauw-wit gestreepte opwindvis die ik net nieuw voor haar aangeschaft heb en waarvan het de bedoeling is dat ze erachteraan rent tot overtollige kilo’s zijn geconverteerd in spieren, is lang niet zo aantrekkelijk als een lekker vers bosje tulpen. Nou ja, van kauwen op tulpen krijg je ook spieren. Kaakspieren.

30 12/11
13:05

Kerstkaarten

Ik stel voor dat we ermee ophouden, met het sturen van kerstkaarten. Het is een uitgeholde verplichting geworden in plaats van een grote vreugd. Al jaren stuur ik met frisse tegenzin kaartjes met welgemeende wensen rond, net als ieder ander in dit land en ver daarbuiten. Zelf krijg ik ook kaartjes: een stuk of wat voor de Kerst en postzakken vol erna. Die zijn in elk geval ruim op tijd voor de feestelijkheden van 2012. En daarmee schieten ze hun doel wat mij betreft totaal voorbij.
Dit jaar werd ik getroffen door een geluk bij een ongeluk. Ik werd ziek voor de Kerst. Geveld door een zware voorhoofdsholteontsteking, geen stem, wel hoesten, tikje koorts en allerlei andere malaise hield ik het bed – of beter: de bank. Ik verdroeg niets aan mijn zere hoofd en al helemaal geen kerstkaarten. Het versturen ervan ontging me dus ook volledig. Eenmaal opgeknapt, was ik te laat voor het jaarlijkse circus van kaartjes schrijven, postzegels plakken en hup, naar de brievenbus ermee. En dat kwam me eigenlijk ontzettend goed uit. Voor een enkele eenzame bejaarde heb ik een kaartje gepost. De rest heeft een oprecht mailtje van me gekregen met de allerbeste wensen voor het nieuwe jaar. Geen plaatje van Rudolph erbij middenin een besneeuwd landschapje, huppelend voor de arreslee. Wel goed bedoeld en graag geschreven.
Jammer voor het noodlijdende TNT Post, maar de toekomstige beleidslijn van dit Schrijfbedrijf voor Sterke Verhalen staat vast: we mailen. En bij veel zin zal ik een leuk digitaal kaartje in elkaar laten draaien, misschien wel met Rudolph en wie weet, een muziekje. De bejaarden blijven als tijdelijke oplossing een kaartje krijgen – zolang het duurt, want je weet hoe het uiteindelijk meestal gaat met bejaarden. Het is het scenario ‘Van oude menschen en de dingen die voorbij gaan’. Waarbij je ‘dingen’ kunt opvatten als kerstkaarten.
Helaas is het voorbijgaan ook soms beschoren aan jonge mensen. Er is één kerstkaart die ik nog graag had willen krijgen dit jaar, maar voor degene die hem altijd stuurde werd het leven te zwaar. Vanuit diep in Limburg stuurde hij kaarten rond, zijn naam –en later de namen van aanwassende familieleden- erop in dezelfde ferme hanenpoten als waarmee hij de redactienotulen optekende van het studentenblad dat we maakten. Ik deed de hoofdredactie, hij de rest. Zijn naam in dansende letters voor mijn ogen gaat mee het nieuwe jaar in. Hijzelf blijft achter in 2011. Blijkbaar hoort dat bij het leven.

23 12/11
14:09

Alweer Kerst

Hoe het toch komt, vraag ik mij elk jaar weer af, dat er rond Kerst een run op de supermarkt ontstaat waaruit je zou kunnen concluderen dat de laatste voorraden op aarde zojuist uit de magazijnen zijn gehaald en dat je er snel bij moet wezen om nog een kruimel te bemachtigen voor de grote hongersnood intreedt. Karrenvrachten vol kieperen mensen in hun auto’s. Ik weet niet wat ze van plan zijn, maar het worden zo te zien dagenlange bacchanalen met de hele familie plus de halve buurt. Op derde Kerstdag blijken de voorraden ineens te zijn omgezet in een kilo of vijf, zes, op de heupen. Merry Christmas. Van crisis in elk geval geen sprake. De kerstbonus wordt meteen geconverteerd in eetbare goederen, bij voorkeur Hollandschen waar en anders maar uit Chili of Namibië. Vliegmijlen? Who cares.
En boodschappen doen met Kerst is ook zo ontzettend gezellig. Vooral samen. Huisvrouwen die het hele jaar uiterst capabel en verantwoord hun inkopen doen, hebben ineens een kerel bij zich die als een kleuter aan hun rokken hangt en zich als Alice in Wonderland vergaapt aan de Albertheijnse schatten, onderwijl overbodige maar kostbare zooi in het karretje gooiend.
Je zou vergeten waar het met Kerst over gaat: het kindje in de kribbe, vrede op aarde en, vooruit, Jinglebells. Over gezellig samenzijn met je naasten en in goede harmonie scrabble spelen. Waarbij je de mooiste combinaties kunt maken zonder dat een onnozele app zegt: ‘Invalid word’. De kleine big en ik vieren Kerst met de hele familie plus de kouwe kant. Iedereen neemt wat te eten mee. Dat voorkomt zware en dure boodschappen voor arme individuen, is wél zo gezellig en doet een beroep op ieders creativiteit. Zo sta ik op de rol voor enkele arbeidzame maar zeer smakelijke gerechten. Dat wordt nog stevig doorwerken.
Maar eerst stevig afrekenen. Want ondanks strategisch inkoopbeleid sta ik bij de kassa een bedrag af te tikken waar ik duizelig van word. Ik weet ineens waarom André c.s. vóór de Kerst zijn opgevaren met de Sojoez, richting ISS. Geen gesleep met boodschappen, geen gedoe met kerstkaarten: wie wel en wie niet? Wel vloeibaar konijn uit een zakje, da’s wel zo praktisch. Desnoods met een sonde door je neus. Een ruimtesonde natuurlijk.

18 12/11
18:24

sprakeloos

Weer was ik mijn stem kwijt. Het begint vervelend te worden dit repeterende euvel, maar wat doe je eraan? Ik heb het idee dat het universum het wel lekker rustig vindt als ik een paar dagen mijn klep houd. En ik moet zeggen: het leven wordt er overzichtelijk van. Bellen is er niet bij en ellenlange gesprekken comprimeren zich tot een enkel handgebaar. De digitale wereld is wel een uitkomst en reuze praktisch. Mailers hebben geen flauw idee dat ze communiceren met iemand die aan de andere kant van de glasvezelkabel sprakeloos zit te wezen en via de mail is het business as usual. Alleen de kleine big denkt dat communicatie niet bestaanbaar is als die niet luid, duidelijk en mondeling is. ‘Ik kan helemaal niet met je communiceren’, klaagt ze. Terwijl het handgebaar ‘Hup, aan je huiswerk’, toch niets aan duidelijkheid te wensen overlaat. Daar hoef je niet eens een heel goede verstaander voor te zijn.
Toen stem er nog was, deed ik een workshop Prezi, bij Lars van de Bind Academie. Vol vooroordelen ging ik erheen. Al een jaar of twee zie ik de early adapters om me heen hun voordrachten houden aan de hand van dit digitale presentatieprogramma. En wat daarvan bij mij bleef hangen was vooral hoofdpijn en misselijkheid. Prezi heeft veel flitsende mogelijkheden en na een uurtje Prezi kijken flitst er dus ook van alles in je hoofd. Eyeopener numero uno bij de workshop was dat je niet alle mogelijkheden die het programma heeft ook daadwerkelijk hoeft te gebruiken. Je kunt zeer overzichtelijke Prezi’s maken die wel hip en digitaal zijn, maar die niet tot resultaat hebben dat je na het bekijken ervan drie dagen horizontaal gestrekt door moet brengen in een verduisterde kamer.
Makkelijk vind ik het niet. Ik denk dat er flink wat tijd gaat zitten in het maken van een goede Prezi. Maar leuk is het wel! Aan het eind van de workshop hadden vooroordelen plaatsgemaakt voor enthousiasme. Sprakeloos ben ik van de proefprezi die ik in elkaar heb gedraaid. Wat een leuk ding. En voor rondom de Kerst heb ik een fijn projectje bedacht: een Prezi knutselen voor op mijn website. Het resultaat ga je binnenkort zien. Hopelijk word je er sprakeloos van.

Older Posts »