20 05/12
12:03

Chocoladetaart

En toen was ik jarig. Alweer 37. We hadden de lekkerste taart van het westelijk halfrond geïmporteerd, natuurlijk een droom van Lindeboom. Chocolade van binnen en van buiten. Machtig lekker, laten we het zo maar zeggen. Visite hadden we bijna niet georganiseerd, dus van die taart hebben we vooral zelf erg genoten. Zoals het hoort. Ik ben voor het moment wel even klaar met feestjes waarop ik vooral bezig ben om voor ánderen taart aan te snijden en wat in te schenken.
Volgens het principe ‘je bent wat je eet’ ben ik nu zelf ook een taart geworden. Een ouwe taart, ik heb er de leeftijd voor. Los van het feit dat het veel erger is als je geen ouwe taart wordt, omdat er dan in een eerder stadium iets onherstelbaar mis is gegaan, roept het bereiken van een hoge leeftijd wel om de beantwoording van een aantal levensvragen. Want hoe houdbaar is ouwe taart eigenlijk? Ik ben in mijn werkende leven onmiskenbaar bezig met wat ik erg leuk vind en ook vrij aardig kan. Tussen de bedrijven door onderhoud ik contacten met mijn klanten. Ik zie ze graag en ik heb het idee dat ze mij ook graag zien. Maar blijft dat ook zo? Hoe leuk is een verhalenschrijver van pakweg vijftig of zestig nog? Zijn mijn stukkies nog fris en fruitig en he-le-maal van deze tijd als ikzelf uit de tijd begin te lopen? Aangezien ik tot pakweg mijn 70ste moet werken is het reëel om na te denken over een tweede carrière. Word ik alsnog filosoof? Dominee? Zij-instromer in het onderwijs?
Ik schuif deze vragen nog even voor me uit. Want eerst moet ik een bezoek brengen aan de opticien. Ik zie namelijk geen klap meer van dichtbij. Niet met bril, niet met loep en niet met bril plus loep. Alle kleine lettertjes op pakjes, zakjes, flacons en bijsluiters gaan aan mij voorbij. Ik gebruik het op de gok. Een wonder is het, dat ik nog geen behangplaksel door de soep heb gemixt of gootsteenontstopper door de pasta. Ergens in een verzorgingstehuis is onlangs een oudje overleden door het consumeren van een chloortablet las ik in de krant. Ik begrijp het. Het rook fris en zag er zonder bril natuurlijk uit als pepermunt. En met bril ook waarschijnlijk.
Zelf houd ik niet van pepermuntjes. De kans dat ik iets in mijn mond zal steken dat, bekeken door bril en loep, op een pepermuntje lijkt, is nihil. Om van mij af te komen als ik écht oud geworden ben, zullen ze chloortabletten moeten maken die eruit zien als chocoladetaart. Het lijkt me een gat in de markt en de oplossing voor alle problemen in de zorg.

13 05/12
00:49

Fluitconcert

Elke ochtend word ik wakker met een fluitconcert. De vogelpopulatie die huishoudt rondom mijn dakraam brengt mij rond half vijf een aubade. Bij mooi weer, het zijn mooiweerzangers. Als het regent, hoor ik ze niet. Kan zijn omdat ze liever binnen blijven als het giet. Singing in the rain is aan hen niet besteed. Kan ook zijn dat de regen zoveel lawaai maakt dat het elk ander geluid overstemt.
Ik ben niet zo’n vogelkundige en heb geen idee welke soorten zich verenigd hebben in mijn ochtendkoor. Duiven herken ik, maar dat zijn langslapers. Die komen pas uit de veren als het meerstemming vogelensemble al is afgelopen. En merels herken ik. Maar dat komt omdat zij altijd ‘Lydia’ roepen, moet je maar eens opletten. Vroeger dacht ik dat alleen de merels in onze achtertuin me riepen, maar tegenwoordig weet ik dat merels altijd, overal ter wereld mijn naam fluiten. In de kersenboom van de buurman wonen er een paar. Ze zorgen ervoor dat mijn patio vol ligt met kersenpitten en –steeltjes. Die kersen zelf, waarvan er toch kilo’s aan mijn kant van de schutting moeten bungelen zou je verwachten, krijg ik nooit te zien, laat staan te proeven. Wel hoor ik de hele dag mijn naam roepen vanuit die boom als het mooi weer is. Ze roepen me naar buiten en ik geef graag gehoor.
Het gezang zo vroeg in de ochtend is harmonieus en origineel. Ik houd ervan. Maar sinds kort is het koor uitgebreid met de een of andere lawaaipapegaai. Een vreemde vogel die een tweetonig deuntje kan zingen waar weinig muziek in zit. Táa (hoog) – tàa (laag). Zoiets. Zijn geluid doet nog het meest denken aan uitrukkende hulpdiensten. Ik weet trouwens niet helemaal zeker of het een ‘hij’ is die dit geluid produceert, maar ik denk het wel. Het is een typisch hij-geluid. Alleen mannen trekken in een vergadering toch hun mond open ook als ze verder niet zoveel te melden hebben. Met een vogelvergadering zal het niet anders zijn.
Ter gelegenheid van moederdag kreeg ik een mail van de schouwburg in een naburige stad. Allerhande concerten-speciaal-voor-moeder staan dit weekend op de rol en of ik maar even kaarten wilde aanschaffen. Ik heb het niet eens overwogen en de mail rap gedelete. Ik krijg immers elke dag al een moederdagconcert. Customized, waarbij de helft van de zangers mijn naam roept. Daar kan geen schouwburg tegenop!

06 05/12
13:11

plank

De meivakantie hebben de kleine big en ik doorgebracht in diverse hotelkamers, tripje hierheen en tripje daarheen. Wat ons altijd opvalt, is dat de gemiddelde hotelkamer is ingericht op dwergen. Het tweede wat in het oog springt, is dat badkamers gemaakt lijken te zijn door mensen die ze zelf nooit gebruiken. Met halfbakken, half hoge en aan alle kanten lekke wandjes op een badrand die moeten voorkomen dat de hele badkamer nat wordt tijdens het douchen. Tevergeefs, natuurlijk. Want werken die wandjes wellicht bij dwergen, of bij mensen die op hun knieën onder de douche kruipen, bij ons werken ze niet.
Wij schuiven de douchekop wat hoger aan de stang als we eronder gaan staan. Anders passen we er namelijk niet onder en worden we slechts vanaf ons middel nat. Maar als we klaar zijn met douchen, staat wel de hele vloer blank. Met een beetje pech is er geen goede drempel tussen douche en kamer, zodat je soppend over de kletsnatte vloerbedekking de kamer inloopt. Wie bedenkt zoiets? Dan denk je toch niet na? Of je referentiekader houdt op bij anderhalve meter hoogte. Dat alleen een man die constructie gemaakt kan hebben, staat buiten kuif. Niet alleen omdat er nu eenmaal nog niet zoveel vrouwen in de badkamerklussector werken, maar ook omdat een vrouw tevoren zou denken: ‘Okee, ik moet die badkamer ook schoonmaken, dus wat is er handig?’ En inderdaad: halfbakken wandjes zijn dan niet handig.
Het laatste hotel waarin we sliepen had niet alleen een halfbakken wandje in de badkamer, maar ook een niet functionerende plank boven het kofferrekje. Dit hotel had het rekje reuzehandig ingebouwd in een kast. Op voorhoofdshoogte hing een glazen plank. Dusdanig dat je ‘m net niet zag maar er wel steeds met je kop keihard tegenaan knalde. Heel vervelend voor de hotelgast. Tenzij dat een dwerg is natuurlijk, die heeft helemaal geen last van die plank.
Het vervelende van hotels met halfbakken wandjes en plankjes is dat ze wel volwassen prijzen rekenen voor hun niet-functionerende zooi. Daarmee slaan ze de plank mis. En dat ze daarmee ook nog weg komen, plaagt me. Zelf lever ik daar natuurlijk ook een bijdrage aan door de creditcard te trekken en een riante prijs af te rekenen bij vertrek – al vul ik wel altijd het evaluatieformulier in waarop ik begin over halfbakken wandjes, natte vloeren en idiote planken. Maar ik heb het omslagpunt bereikt van wat ik nog leuk vind en wat niet meer. En ik vind het niet meer leuk. Dus ik houd ermee op. In het vervolg willen wij niet alleen goed slapen, maar ook goedkoop. En tref ik dan toevallig een halfbakken wandje aan, dan denk ik: ‘Wat wil je ook, voor die prijs?’

29 04/12
14:10

Schatten

Al jarenlang verkeer ik in de gelukkige omstandigheid dat mijn familie een datsja aan het water bezit waar ik ook een sleutel van heb. Ik kan daar komen en gaan. Uitkijken over het water en de langs zeilende bootjes. Met mijn ogen dicht luisteren naar het tuig dat geruststellend op het ritme van de wind tegen de masten klapt van bootjes die in de haven wachten op nieuwe avonturen. Me uitstrekken op de bank zonder dat er een telefoon gaat, en zonder dat iemand weet waar ik ben. Ik ben van de wereld. Tripjes naar Thailand? Doe gerust hoor, maar ik blijf hier.
Gisteren deed zich onverwacht een situatie voor waarin ik zomaar terecht kwam in de familiedatsja. De kleine big moest een sociaal bezoek afleggen daar in de buurt en wilde ’s avonds ook wel graag weer opgehaald worden. Dat bood uren en uren lege tijd die ik in kon vullen zoals ik dat het liefste doe: met niks. En bovendien op de plek waar ik het liefste ben: middenin nergens.
Ik nam een brood mee. Want ook als je niks doet, moet je wel iets eten. Verder liet ik me verrassen door de schatten die het huis voor mij in petto zou hebben. Want die heeft het, altijd. Achter deurtjes, in kastjes en in de diepvries trof ik een interessante voorraad kruidenierswaren aan waar je best een week of wat mee vooruit kunt. De herkomst ervan duidelijk te herleiden tot elk bijbehorend familielid. De rooibosthee van W., de appeltaart en het sortbetijs van F., de hazelnootpasta van de neefjes en de nichtjes, de supergezonde muesli met hele noten en gedroogde abrikozen van A. die, als zijn vriendin niet kijkt, ook liever chocoladetaart eet dan gezonde muesli net als wij allemaal. Als kroon op de schatzoekerij doemde een pak hagelslag op. Puur, van De Ruijter. Herkomst moeilijk te duiden, want pure hagelslag eten we allemaal. En warempel, een lekkerbek had een pak roomboter in de koelkast gelegd.
Het liet zich smaken, van een wandeling kwam niks meer. Maar wie wil er wandelen met buiten zo’n uitzicht en binnen vers brood, hagelslag en roomboter?

20 04/12
19:08

Bellen

Vrouwen houden van bellen en winkelen. Maar ik niet. Ik vind het vervelende bezigheden. Zakelijk bellen uitgezonderd natuurlijk, daar ben ik dol op! Even een boodschap doorbellen of een afspraak maken kan prima door de telefoon. En daarna hang ik rap weer op. Bellen voor de gezelligheid is aan mij niet besteed. Als iemand aan de andere kant van de lijn vraagt hoe het gaat, begin ik al te gapen. Ze gaan ervan uit dat ik wedervraag: ‘En met jou dan?’ En natuurlijk vraag ik dat ook, ik ben niet antisociaal ofzo. Maar ik weet dan wel op voorhand wat ik het komende uur aan het doen ben.
Het komt nooit uit als de telefoon gaat. Ik ben bezig. Of ik ben niet bezig, maar dat wil ik dan graag zo houden. Het ergst zijn de firma’s die me iets aan willen smeren. ‘Mag ik u even storen?’, vragen ze altijd. En altijd zeg ik: ‘Nee’, waarna ik ophang. Zo heb ik al menig callcentermedewerker in verbijstering achtergelaten.
Vroeger kon ik trouwens wel goed bellen. Toen mijn vader nog de telefoonrekening betaalde, zeg maar. En ook winkelen deed ik graag. Maar sinds ik erachter ben dat ik meer van chocola houd dan van wortels en zulks zichtbaar is geworden in mijn garderobekast, is kleren passen geen favoriete tijdsbesteding meer. Waarschijnlijk ben ik daarom ook opgehouden met telefoneren. Ik hoef geen nieuwe aanwinsten meer door te bellen.
Voor de kleine big is het nog vroeger. Zij belt en winkelt graag. Beide op mijn kosten. Gelukkig voor haar houdt ze meer van wortels dan van chocola, dus ik vrees dat er nog veel gewinkeld en gebeld gaat worden. Maar eerst afbetaald. Want de rekening van deze maand roept om maatregelen. Ik geef een hoorcollege kredietcrisis. In de tuin bloeit van alles, leg ik haar uit, maar geen geldboom. Ze kijkt naar buiten en knikt zwijgend. Ze ziet ze voor zich, al die zakgeldvrije maanden.

13 04/12
10:32

Paashaas

Van de Paashaas heb ik nog net een glimp opgevangen. Hij leek op de postbode die hier een groot chocolade-ei kwam afleveren in een pakje waarop ‘breekbaar’ stond. We spraken af het ei voorlopig voor de sier in de vensterbank te zetten, maar toen ik vanochtend keek was het onthoofd. Het gouden papier was netjes over een gapend gat gedrapeerd, maar kon niet verhullen dat eraan geknaagd was. Niet door mij, voor de duidelijkheid.
Verder was Pasen een aangenaam verpozen. Met niks vloden de dagen heen. Nou ja, noem het maar niks. Voor een ‘glossy voor spirituele zoekers’ die uitkomt in de zomer maak ik een boekenpagina. Het is toch mooi als je als kind van de dominee een zeepkist vindt om op te gaan staan en de boodschap te brengen. De boekenpagina betekent verplicht veel lezen over allerhande thema’s. Maar dat is geen straf hoor. Tweede Paasdag bracht ik door in het gezelschap van de hersenspinsels van cabaretier Mike Boddé. Hij werd een paar decennia geleden getroffen door een zware depressie en schreef daar een boek over: Pil. Het is het feest der herkenning voor iedereen die zich ooit door een burn-out heeft laten uitrangeren. Boddé weet zijn almaar aanzwellende narigheid echter mooi te verpakken in een gloedvol betoog ten faveure van ‘het roze pilletje’. Hersens zijn een chemische fabriek. En als daar een proces verstoord is, moet je dat bijsturen met een pilletje. Net zoals je een bril opzet als je bijziend bent. En een kunstgebit neemt als je tanden uit je mond gevallen zijn.
Gelukkig heb ik nog nooit iets met Boddé’s roze pilletjes van doen gehad, maar ik zal niet aarzelen ze tot mij te nemen als mijn chemische fabriek het af laat weten. Praten kan altijd nog.
Dat vindt de kleine big ook. De toetsweek is voorbij. Die ging gepaard met veel gezucht van haar kant en preventieve preken van de mijne. Over concentratie, focus en het interfereren van sociale (en andere) media daarmee. ‘Ik krijg maar maximaal vijf onvoldoendes’, rekende ze mij op blijde toon voor alsof ze de loterij gewonnen had. Ik wilde beginnen over ‘dat zijn er dan vijf te veel’, maar er was een tijd voor alle dingen, vond zij. En dit was niet de tijd om te praten. ‘Nog niet’, zei ik. Daar moest ze het mee doen.

06 04/12
15:28

Tuin(centrum)

En toen kwam de mevrouw langs die verstand heeft van alles wat groeit en bloeit op mijn landgoed. De uitgestrekte velden, de fruitboomgaard en de bloemperken langs de oprijlaan hadden dringend eerste hulp nodig bij het omdenken van winter naar zomer. Precies een klusje voor een tuinvrouw. Ze ging aan de slag met waterpomptangen enzo en schudde de boel flink op. Ze verjoeg de winter waar ik bij stond. Maar niet alleen de winter. Als je aan een struik gaat staan schudden blijkt alras dat niet alleen de ontluikende blommekes in winterslaap zijn geweest. Ook alle geleedpotigen die zich erin hadden verschanst worden plots wakker. Met honger als een paard. In optocht marcheren ze naar binnen. So far so good. Tot poes ze in de gaten krijgt. Want ze bewegen en daar kun je mooi achteraan rennen als kat. Ze slaat ze buiten westen met een pootje, maar dan vindt ze ze niet meer zo leuk. Gelukkig breng ik dan met de stofzuiger enig leven in de brouwerij en bezorg ze een ritje roetsjbaan-zonder-valhelm met 200 kilometer per uur. Einde verhaal.
De winter heeft zijn sporen nagelaten, zo maken wij de balans op. Er is nogal wat stuk of ontregeld. En de tuinvrouw stuurt mij op pad om enige vervangingsaankopen te doen. Voor de gezelligheid neem ik de kleine big mee, die vroeg thuis is van school. Op naar het tuincentrum. Een giga warenhuis met planten en buitenzooi met een looproute van een paar kilometer voor je bij de kassa bent. Het tuincentrum verkoopt ook nogal wat branchevreemde artikelen zoals meubels, decoratieve prullaria voor in huis en cakemix. Jawel: cakemix en andere bak- en braadbenodigdheden. Maar een zinken gieter, ho maar. Een medewerkster legt me uit waar ik die gieter ongeveer wel kan vinden: een paar kilometer terug rechts onderaan in het schap. De kleine big zucht opzichtig. Zij ziet zichzelf niet de hele Vierdaagse opnieuw wandelen, alleen voor een gieter!
Ik plant haar dus voor het schap ‘food’ waar ze links en rechts wat proeft van de uitgestalde waar en met een medewerkster het gesprek aangaat over olijfolie en dipsausjes terwijl ik me snel uit de voeten maak. Zo krijg ik tenminste niet opnieuw haar hele riedel aan wensen te horen bij het doorkruisen van de afdeling met levende have. ‘Mag ik een hamster? Mag ik een konijn? Mag ik een vis?’ Driewerf nee.
Bij terugkomst, mét gieter, krijg ik haar slechts van de food-afdeling af met medeneming van een paar hippe potjes vol gifgroene en kobaltblauwe korrels ter decoratie van bakwerk. Bij de Albert Heijn scoort ze een pak bakmix voor cupcakes, in de smaak citroen, inclusief glazuur. Creativiteit aan het keukenfront moet je altijd stimuleren, vind ik. En dat vindt de kleine big ook. Maar daar heeft ze toch een iets andere voorstelling van dan ik. Want in de auto naar huis ziet ze het helemaal voor zich: ‘Dan bak jij straks cupcakes en dan eet ik ze op.’

01 04/12
11:23

Loonlijst

Deze freelancer verkeert in de gelukkige omstandigheid dat ze een paar uur per week onder de pannen is bij een werkgever. Op de loonlijst. Dat biedt vele voordelen. In tijden van crisis is in ieder geval de hypotheek gedekt. Als de nood aan de man komt zullen we verder op een houtje moeten bijten in de bittere kou zonder stromend water en zonder eigenlijk alles, maar we hebben in ieder geval een dak boven ons hoofd. Grote voordelen van het werken als loonslaaf zijn verder het verkrijgen van een kerstpakket en het hebben van collega’s met wie je wekelijks gezellig bij kunt praten bij het koffiezetapparaat of aan de lunch.
Maar het grootste voordeel van die loonlijst is het jaarlijks contingent cursussen dat eraan vast hangt en waar ik, op kosten van de baas, naartoe mag. Dit jaar heb ik gekozen voor Persoonlijk Leiderschap, gebaseerd op de 7 habits van Stephen Covey. ‘Heb jij dat nodig dan?’, wilde een omstander weten. Nou, misschien niet, maar wie weet doemt er een nieuw inzicht op aan de horizon en dat pak ik dan mooi even mee. Ook zie ik graag hoe andere mensen voor de klas staan, daar kan ik soms in mijn eigen schrijftrainingen mijn voordeel mee doen.
Het was stralend weer toen ik mij naar de cursuslocatie begaf: de brandweerkazerne in Zwolle Zuid. Een strak blauwe lucht, met een voorspelde temperatuur van 19 graden. En morgen ook. Daar baalde ik van. Ik zag me al twee dagen in een instructielokaal zitten kijken naar een Powerpoint, met de ramen dicht vanwege de airco en de zonwering naar beneden.
Het liep effe anders. De kazerne beschikt over grote houten zonnige veranda’s en de cursusleidsters bleken ook hard toe te zijn aan lente. De opdrachtjes deden wij dus buiten. Nadenken en praten over Persoonlijk Leiderschap in de zon brengt de helderste inzichten weet ik nu. Ik heb dus besloten vaker in de zon te gaan zitten. Dat zorgt voor licht in mijn hoofd en voor lucht in mijn werk. Ik blij, klanten blij, iedereen blij. En wie bezorgd constateert dat ik nu alwéér in de zon zit, kan gerust zijn: ik verdiep me in Persoonlijk Leiderschap. Nu alleen nog die zon!

25 03/12
12:11

Zomerbanden

Voor je het weet is de winter voorbij, hebben de meesjes hun intrek genomen in het houten chalet dat speciaal voor hen aan de schutting is vast getimmerd en begint er buiten van alles uit te lopen. Blaadjes, knoppen, kleuren, spinnen. Het meeste ziet er gezellig uit en ik neem me voor er veel en vaak van te genieten. Niet al werkend met schoffel, schaar en schepje, maar lekker zittend op mijn bankje in de zon met niets anders omhanden dan een vers boek dat dringend uitgelezen moet worden. Verder moet alles dan maar even wachten. De hele wereld desnoods, het gaat vanzelf weer een keer regenen.
Tussen de bedrijven door haast ik me naar oom Albert om etenswaren en andere benodigdheden in te slaan om ons het weekend door te loodsen. Op de stoep bij de karretjes staat iemand die eruit ziet alsof hij in een onbewaakt ogenblik de gesloten afdeling is afgeglipt. Een verwilderd uiterlijk en een benevelde blik. Malle Pietje. Maar zo gek is hij toch niet. ‘Mooi hoor, die oranje auto’, zegt hij. ‘Dat heeft Volkswagen goed gedaan. Maar die banden zijn niet origineel.’ ‘Nee’, zeg ik verbaasd, ‘het zijn de winterbanden. Vanmiddag krijg ik mijn zomerbanden weer terug.’ ‘Dat lijkt er dan meer op’, vindt hij. ‘Platte banden met mooie velgjes.’ En hij knikt me toe als ik een karretje pak. Stiekem kijk ik even naar de velgen van mijn karretje. Duidelijk all weather-banden.
Thuis de winterkledij verruild voor iets zomers. En mijn schrijfcursisten weten sinds vorige week dat dit een ellips is, een stijlfiguur die bestaat uit het weglaten van zinsdelen. Joris was daar goed in. Joris die dyslectisch is, niet van lezen houdt en dacht dat hij niet kon schrijven. Joris die met lood in zijn schoenen naar de cursus ging, maar nu enthousiast een blog begonnen is. Kijk, daar doen we het voor. En voor alle mooie, spannende, grappige en ontroerende verhalen die ik zomaar gratis opgedist krijg terwijl ik voor de klas sta en zie dat er een schrijver schuilt in elke schrijfcursist.
En de eerste die mij mailt welke stijlfiguren verstopt zitten in dit blog, wint een uur schrijfcoaching!

18 03/12
12:56

Klaagliedjes

Boeken lezen vind ik één van de leukste dingen die er zijn. In Zwolle en Deventer, de Overijsselse steden waar ik mij nogal eens ophoud, bevinden zich grote boekenpaleizen waar je gerust de hele dag kunt ronddwalen. Op rustieke tafels liggen de boeken als lekkere hapjes uitgestald. Daarnaast zijn er kasten en kasten vol letters, woorden, zinnen. Ik loop daar rond als een kleuter in een snoepwinkel. Ik geniet niet alleen van de inhoud van een boek, maar ook van de vormgeving, van het kaft. Een onaantrekkelijk plaatje op de voorkant kan me weerhouden van de aanschaf.
De bibliotheek, daar doe ik niet aan. Dat is erg onduurzaam, besef ik. Als wisselgeld hol ik een paar keer vaker heen en weer naar de groenbak. Maar het idee dat iemand anders een boek al vóór mij gelezen heeft, vind ik onprettig. Een beetje alsof iemand een tijdje in een taartje heeft zitten prikken, eraan geroken en geproefd heeft, het toch niet lust en het jou serveert alsof het vers uit de doos komt. Met kranten heb ik dat ook. Soms heb ik wel eens mannetjes over de vloer met waterpomptangen en klopboormachines die mijn huis met een ingreep hier of daar behoeden voor instorten. Ik plant ze aan de keukentafel en zet koffie voor ze. Maar ik heb me nog niet omgedraaid of ik hoor het geritsel van de krant die ze even doorbladeren omdat ze er toch zitten. Dat geritsel gaat me door merg en been. Alsof iemand met z’n nagels over het bord krast.
In een boek lezend kan ik elk besef van plaats en tijd kwijtraken. ‘Je verleest je verstand’, zei mijn moeder vroeger. Het zou kunnen dat de wijsheid me daarom tussen de vingers doorgeglipt is. Hoewel je zou denken dat er toch iets beklijfd moet zijn van de wijsheid van anderen die via letters op papier tot mij is gekomen. Niemand is tenslotte wijs van zichzelf, je doet je ideeën altijd érgens op.
Het is Boekenweek. Hoewel het eigenlijk een boekentiendaagse is. De Klaagliedjes van Judith Herzberg, gebaseerd op het bijbelboek Klaagliederen, liggen op mij te wachten bij een infobalie in een der boekenpaleizen. Het gaat dienen als inspiratiebron voor toekomstige rouwredes. Beter dan de weduwe, in Klaagliedje XXXI, kan de schrijver van de speech-op-maat het niet verwoorden:
‘Ik slaap denk praat koop bied
leef loop ren rem val til en bouw
voor op door ondanks dankzij jou
en ik verlang naar jou.’

Older Posts »